“And the band played Waltzing Mathilda…”

Door: Theresa Geissler.

(Historische bespiegeling over “De hel van Gallipoli”, de meest zinloze- en mensenlevens eisende actie van de geallieerden tijdens WO I – Met de levens van de toenmalige onwetenden en onmondigen als inzet.)

De song “And the band played Waltzing Mathilda”, oorspronkelijk in 1971 geschreven door de Schotse Australiër Eric Bogle en sindsdien door diverse musici vertolkt, trok enige jaren geleden mijn aandacht.
Evident is hier in de eerste plaats de verwijzing naar het overbekende Australische volksdeuntje “Waltzing Mathilda” – algemeen beschouwd als het on-officiële Nationale Volkslied van Australië – en in de tweede plaats de verwijzing naar de ‘band’: Dat was namelijk de militaire band, die in April 1915 met dit lied de militaire commando’s van de ANZAC (Australian New Zealand Army Corps) uitgeleide deed bij hun vertrek naar Europa, bestemming Gallipoli, Dardanellen – en de overlevenden, goeddeels onherstelbaar verminkt, ruim 10 maanden later weer “welkom thuis” heette.
Tot de ‘Slag om Gallipoli’, een tenslotte volkomen mislukte politionele actie tijdens de Eerste Wereldoorlog, was door de geallieerden – Groot-Brittannië en Frankrijk – nog eens besloten toen Europa diezelfde oorlog reeds in Brand stond: Het plan was geweest om vanaf de Dardanellen door te stoten naar Istanbul, teneinde de Turken te dwingen, hun deelname aan de strijd te staken -en tevens dacht men zich op deze manier te verzekeren van een zeestraat naar Rusland. Het was voor het eerst sinds het begin van de oorlog, dat men voor deelname aan deze actie tevens een beroep deed op de toen reeds onafhankelijker wordende koloniën in de andere uithoek van de wereld: Die leverden naar schatting zo’n 330.000 vrijwilligers.
De geallieerde legertop verwachtte, dat de actie, eenmaal begonnen, maximaal 48 uur in beslag zou nemen.
Het liep even anders: De Turken hielden stand. De poging zou ruim 8 maanden gaan duren – en tenslotte uitlopen op een verpletterende nederlaag voor de geallieerden.
Het aantal doden beliep in totaal ca. 500.000, min of meer evenredig verdeeld over zowel geallieerde- als Turkse zijde. Binnen de ANZAC- delegatie vielen ongeveer 50.000 slachtoffers.
Gesproken is dan nog niet over de hierboven genoemde, talloze levenslang fysiek- en/of psychisch beschadigden: Vervormd, gekrast, verminkt in “de hel van Gallipoli”. Zó stuurde men ze tenslotte huiswaarts. “And the band played ‘Waltzing Mathilda'”.
WO I , de typische ‘loopgraven-oorlog’, heeft later, zeker in vergelijking met WO II, de reputatie van ‘relatief veilige oorlog’ verworven. En metterdaad léék de impact kleiner … behalve voor wie er zich middenin bevond: Op de eerste plaats de onschuldige burgers van plaatsen als Duinkerken, Dieppe, Ieper en Verdun, Die hun steden compleet aan flarden geschoten zagen worden. En niet minder de militairen aan beide zijden van de linies, die bovendien maanden- zo niet jarenlang zaten opgesloten in ‘de hel van de loopgraven’: niet slechts bestookt door kogels, granaten en afweergeschut, maar daarnaast ten prooi aan ontbering en epidemieën die werden veroorzaakt door de erbarmelijke leefomstandigheden!
Toch was dit alles, althans voor de Engelstalige geallieerden, officieel hun ‘vrijwillige keuze’ geweest: De dienstplicht als zodanig zou in Groot-Brittannië pas in 1916 worden ingevoerd, twee jaar na het begin van WO I. In Australië en Nieuw Zeeland was er zelfs geen sprake van Dienstplicht, doordat de bevolking van deze steeds zelfstandiger wordende koloniën zich daar consequent tegen was blijven verzetten. Hoe, vraagt men zich af, kwam men dan aan het enorme aantal vrijwillige militairen voor een missie, die gelijk stond aan een intrede in de ultieme hel?
Het antwoord is: Door misleiding. Pure misleiding van onwetenden.
Hoe sterk de nationale trots bij de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk door de eeuwen heen ook ontwikkeld nocht zijn, de bereidheid om zonder meer te “sterven voor het Vaderland” ging menige vertegnwoordiger van deze ‘nation of shopkeepers’ (naar de woorden van Napoleon) toch wel wat vèr. Dus moest er een bepaalde tactiek worden gevolgd om ze zo ver te krijgen: Een beproefde tactiek, die al eeuwenlang zijn dienst had bewezen bij het ronselen van huurlingen ter land en ter zee: Men zocht het (man)volk op in de pubs en aanverwante ontmoetingsplaatsen en maakte het warm voor het idee, de wapenrok aan te trekken…. door hen juist niet te vertellen, wat hen feitelijk te wachten stond…

WO I zou de laatste grote oorlog zijn, waarbij deze vlieger nog zou opgaan: De laatste namelijk, tijdens welke de onwetenden metterdaad onwetend wáren. Na 1919 zou het eerste belangrijke medium, de radio, gaandeweg de horizon van het volk verbreden – zelfs méér, dan de toen nog in de beginfase verkerende film-industrie had gedaan – en zou men bij stukjes en beetjes minder blindelings in de val trappen.
Nochtans kreeg men in 1915 voor het laatst talloze naïeve mannen zo ver, te ‘tekenen’ voor wat men hen als “de goede zaak” voorspiegelde… door hen de finesses zorgvuldig te onthouden. Hun ogen zouden pas opengaan zodra zij oog in oog kwamen te staan met de hel van Duinkerken, Dieppe, Ieper, Verdun, of, in dit geval: Gallipoli.
Hun vrije keuze? Hoe kán er van vrije keuze gesproken worden, waar er- zolang het nog kon – simpelweg wordt geprofiteerd van de argeloosheid van onwetenden?
Aldus drukt het lied feilloos het gevoel uit, dat – nadat de eerste verbijstering bij de misleiden was weggetrokken – zal hebben overheerst: Verbittering. Verbittering en wrok over het -bij té velen van hen- onomkeerbare; over hun onherroepelijke lot.
Verschillenden hebben dit nummer tot op heden vertolkt. De versie van de Ierse Rock-folkgroep The Pogues, met hun immer rebelse lead-zanger Shane MacGowan, geeft echter, zonder alle anderen tekort te doen, welhaast tástbaar uiting aan die eeuwige, machteloze verbíttering …

“And the band played “Waltzing Mathilda…”
Dat in ónze tijd met name de sociale media ons, het volk, voor een dergelijke valkuil mogen behoeden: Die van grootmachten zoals ook de EU in haar actuele vorm, die beweren, tegen oorlog te zijn, maar tegelijkertijd hun eigen oorlog voeren: Tegen het individu en zijn identiteit. Wie aan deze waarschuwing geen gehoor geeft, zal wederom de onwetende zijn, die zijn dwaling pas beseft, wanneer het te laat is.
Door: Theresa Geissler.