De Salonfähigkeit van het Forum voor Democratie.

Door: Theresa Geissler.

Wat is er gebeurd met Theo Hiddema…?

U moet het me maar niet kwalijk nemen, lezer: De titel van dit stukje geeft aan, dat het een beschouwing gaat worden over het héle Forum voor Democratie en dat is ook zeker de bedoeling. Alleen is het nu eenmaal een vraag, die steevast bij mij komt bovendrijven, zodra ik mijn gedachten laat gaan over deze jonge partij. Dus dacht ik impulsief bij mezelf: ‘Nu je je eigen baas bent op je eigen site, wat let je?’ Vandaar, dat ik deze overpeinzing er maar spontaan mee begin.

Goed. Dus: Wát is er gebeurd met Theo Hiddema? Nog maar enkele jaren geleden presenteerde hij zich in de media als een rasechte PVV’er! – Weliswaar vóór er een mogelijk alternatief voor de PVV was opgestaan, maar tóch. Daarnaast had deze briljante top-advocaat werkelijk alles mee: Zijn vermogen om de dingen zo duidelijk en weldoordacht onder woorden te brengen, wat hem als strafpleiter zo succesvol had gemaakt, kwam hem ook hier goed van pas. Zelfs zó, dat hij als persoonlijkheid (wat anders praktisch nooit gebeurt) vriend en vijand voor een ogenblik wist te verenigen: Veelvuldig hoorde men tenminste bij die gelegenheden vanuit het ‘linkse’ kamp een waarderend: “Over het algemeen ben ik het allesbehalve eens met de PVV, maar die Hiddema is góed”, wat door het Realistische kamp volmondig werd beaamd. Vrijwel iedereen was het er in die dagen over eens, wat een geweldige aanwinst deze man voor de PVV zou zijn, en dat zeker iemand als hij eraan zou kunnen bijdragen, de aanhang te vergroten èn het imago van de partij te verbeteren, zonder afbreuk te doen aan de partijbeginselen… Maar het mocht niet zo zijn: De PVV was – en is – geen ledenpartij. Alleen de algemene politieke leiding had Hiddema, die de stap hierdoor al niet zelf kon zetten, binnen kunnen halen en misschien zijn ze dat ook wel van plan geweest, maar hoe dan ook, het mocht niet baten: De kanjer ontglipte en bleek het niet eens zo heel veel later eens geworden te zijn met Thierry Baudet: Samen gaven ze gestalte aan wat moest doorgaan voor het alternatief voor de PVV, het Forum voor Democratie.

Wát gebeurde er sindsdien – of misschien al even daarvóór – met Theo Hiddema? Zijn presentatie bleef onveranderd briljant, zijn manier van redeneren onnavolgbaar, maar het leek wel, of het messcherpe van zijn politiek-maatschappelijke oordelen, althans betreffende immigratie en islam, sindsdien min of meer was ‘afgetopt’. Een ervaring uit de eerste hand kreeg ik wat dat betrof te horen van mijn vriendin Raffie Chohan, die in die periode op zoek was naar een geschikte advocaat om haar bij te staan in haar strafzaak (die ik in  andere artikelen nog uitvoeriger zal beschrijven): Hiddema, zo dacht bijna iedereen in haar omgeving, evenals zijzelf, zou voor haar de aangewezen man kunnen zijn, maar zie: zodra ze hem haar dossier voorlegde, met daarin de tekst van de in het openbaar gehouden speech, die de aanleiding had gevormd tot haar vervolging, reageerde hij terughoudend, zo niet afwijzend, door haar mede te delen, dat hij er niet veel mogelijkheden in zag, omdat er in de speech wel degelijk sprake was van groepsbelediging  en daarnaast van het beledigen van een Godsdienst. Hoe hij daar persoonlijk over dacht, kwam ze niet echt te weten; hij liet gewoon merken, niet echt trek te hebben in deze zaak. En dát was dezelfde Hiddema, die zo’n anderhalf jaar eerder over soortgelijke kwesties nog zo uitgesproken was geweest?

We kunnen nog lang blijven stilstaan bij oorzaak en gevolg, maar de ommezwaai in ’s mans denken, hoe subtiel ook, blijft een feit. Hetzelfde verschijnsel manifesteerde zich trouwens bij columniste Annabel Nanninga na haar toetreding tot het FvD en haar verkiezing in de Amsterdamse Gemeenteraad: Tijdens de daaropvolgende persconferenties gaf zij dusdanig blijk van een plotselinge matiging in haar voordien toch uitgesproken messcherpe opvattingen, dat aanwezige journalisten er zich verwonderde opmerkingen over permitteerden. In haar reactie hierop verklaarde zij, dat “schrijven iets anders is dan besturen.” Het zij zo. Maar de subtiele wijzigingen in haar denkpatroon, en dat zogezegd van de ene dag op de andere bleven ook hier opvallend.

Al eerder was duidelijk geworden, dat het FvD weliswaar de principes EU-kritisch, immigratie-kritisch en islam-kritisch onderschrijft, maar hierbij tegelijkertijd streeft naar pragmatisme: Er wordt door hen wel degelijk het onderscheid gemaakt tussen radicale- en “gematigde” islam, een belangrijk verschil met de PVV. Tevens is de neiging, bepaalde zaken vooral te “nuanceren” haar niet vreemd, wat op zichzelf niet onverstandig kan worden genoemd, maar niet zelden tekort schiet zodra men tegenstanders treft, bij wie dat nuanceringsvermogen totaal ontbreekt.

Het klapstuk in dat opzicht werd geleverd door Thierry Baudet himself, toen hij begin 2017 als enige in de Tweede Kamer de motie van DENK-leider Kuzu steunde, die aandrong op “herstel van de banden met Turkije”: Hoezeer ook de overige -gevestigde- partijen bij andere gelegenheden plegen te streven naar het sparen van de kool en de geit, in dit geval was de bereidheid daartoe met het oog op eerdere, recente voorvallen, nagenoeg afwezig. Behalve uiteraard bij DENK en -uiterst verrassend- bij het FvD! Baudet motiveerde zijn beslissing met het belang van goede betrekkingen met Turkije en toen hem werd gewezen op de onverteerbare beledigingen, die Nederland en het Nederlandse volk waren toegevoegd door het “bevriende” Staatshoofd Erdogan haalde hij een uiterst opmerkelijke manoeuvre van stal door te sommeren, “boven bepaalde aantijgingen te staan” en op dit vlak “een gezonde dosis humor” te ontwikkelen. Het standpunt verkreeg, voor zover na te gaan valt, niet de benodigde bijval.
Wat had dit te betekenen? Een ‘proefballonnetje’?  Een beginnersfout?

Wat het ook was: voor mijzelf kan ik beweren, dat het elke overweging of het FvD misschien een redelijk kiezers-alternatief voor Realisten zou vormen, prompt teniet deed. Voorgoed.

Het is evident, dat het FvD probeert, de koers te vermijden, waar in haar ogen de PVV op bepaalde punten in verstrikt is geraakt. Ergens is dat streven terecht. Maar de valkuil loert voortdurend, dat het uitmondt in verwatering van de eigen standpunten, met als gevolg, dat die niet meer optimaal kunnen worden gerealiseerd. Pragmatisme, hoe noodzakelijk het af toe ook blijft, moet nu eenmaal worden worden toegepast op een manier, waarop het effect op de langere duur wel degelijk waarneembaar blijft. Geen sinecure, maar onontbeerlijk om uiteindelijk tot een blijvend resultaat te komen; hetzelfde als voortdurend water de wijn doen is het in ieder geval níet: Uitgesproken tegenstanders hoeft men niet als eerste tegemoet te komen, Ernstige beledigingen hoeft men niet met een welwillende glimlach (“humor”) te slikken…

Degenen, met name in het “linkse” kamp, die het FvD momenteel kwalificeren als “gevaarlijker dan de PVV”, zijn waarschijnlijk die mening toegedaan, omdat ze vrezen, dat het FvD juist door haar Salonfähigkeit meer mogelijkheden heeft om op den duur tot bestuurlijke- en zelfs regeringsfuncties door te dringen, waarna ze effectief meer invloed zullen verkrijgen. Dat laatste zit er op termijn inderdaad in, althans, zoals het nu ligt. Of het effect navenant zal zijn bij een partij, die het denkbeeld van “twéé soorten islam” lijkt te onderschrijven en op de koop toe bereid blijkt, ‘omwille van de diplomatieke betrekkingen’ een regelrechte knieval te maken, richting zowel één van de walgelijkste dictators van het moment als richting de walgelijkste partij, die Nederland momenteel “rijk” is…. Ik heb er mijn ernstige twijfels over.
Door: Theresa Geissler.

 

Een gedachte over “De Salonfähigkeit van het Forum voor Democratie.

Reacties zijn gesloten.