Stop de dialoog (want er uit komen doen we toch niet.)

Afbeeldingsresultaat voor de nieuwe maan

Vanwege een kort fragmentje – nog geen minuut – dat op DDS te zien viel, heb ik me vanmorgen tóch nog eens intensiever verdiept in de aflevering van het praatprogramma “De Nieuwe Maan” van enkele dagen geleden, met als onderwerp: “Salafisme in Nederland.”

De presentatie bleek sinds kort in handen te zijn van Fidan Ekiz, die intussen ook al ter sprake gekomen is in een eerder artikel van mij:  https://theresasvisie.com/2018/09/22/de-lijdensweg-van-een-moslim-politicus-in-een-kuffar-land-waar-de-vrouwen-te-veel-vrijheid-genieten/.  Over de manier, waarop ze dit hier aanpakte direct meer: Ik wou beginnen met het citeren van een comment, dat ik uit de op You Tube gebruikelijke stroom van reacties selecteerde, omdat het me in het bijzonder trof:

Peter Hendriks zegt hier:

“Het grote probleem is dat de Islam en een Westerse rechtsstaat onverenigbaar zijn. Zelfs als je je als moslim keurig aan de wet houdt, los je dat niet op.

In de Islam bestaat geen vrijheid van Godsdienst, er is maar één geloof en de rest kan op zijn hoogst worden gedoogd. Afvalligen moeten dood.

Islam kent geen vrijheid van meningsuiting, de Koran bepaalt wat wel of niet gezegd kan worden. De straffen kunnen draconisch zijn, ook voor niet moslims.

Islam kent geen gelijkheid voor de wet van alle mensen. Moslims staan hoger dan ongelovigen. Mannen staan juridisch gezien hoger dan vrouwen.

Islam gelooft niet in democratie, want de wet wordt niet gemaakt en bekrachtigd door gekozen mensen, maar komt voort uit de Koran en de tradities (Hadith).

Islam gelooft niet dat een Islamitische vrouw het recht heeft om te trouwen met wie ze wil. Het moet een Moslim zijn.

Dat zijn allemaal religieuze regels die volledig indruisen tegen de grondwet. Het is niet genoeg om je alleen aan de oppervlakte te houden aan alles wat hier wordt verwacht van een burger, maar het moet deel uitmaken van je rechtsgevoel. Het moet natuurlijk voor je zijn. Voor moslims kunnen zulke grondwettelijke principes uiteindelijk niet natuurlijk zijn, want hun geloof leert ze hele andere uitgangspunten. Als je die verwerpt ben je geen moslim meer.

Het heeft volgens mij geen zin om te spreken van goed of slecht, maar gewoon van onverenigbaar. Voor een Westerling is dat heel moeilijk om te aanvaarden, want tolerantie is hier een heilig begrip.
Het is echter ondermijnend om tolerant te zijn tegen een groep die uit overtuiging intolerant is. Gedogen is in dit geval geen oplossing.”

Wat mij betreft de spijker op de kop! Niets aan toe te voegen.

En het bleek ook wel uit het verloop van de uitzending, want zoals gewoonlijk bij dergelijke programma’s bleef de discussie weer eens steken in een oeverloos langs elkaar heen praten:

Het gezelschap aan tafel bestond uit drie ( mannelijke) Moslims, waaronder één Nederlandse bekeerling – Nourdeen (vh. Bastiaan) Wildeman – en op de rechtstreekse vraag aan ieder van hen, of hij zich Salafist voelde, kwam,voorspelbaar, de eindeloze woordenstroom, die er steevast op neerkomt, “dat je , om daar antwoord op te geven, je eerst moet afvragen, wat Salafisme precies ínhoudt”. Met andere woorden: Géén antwoord dus. En baarden schijnen evenmin alles te zeggen. Het zij zo.

Bijna onvermijdelijk was het natuurlijk, dat alle drie op een gegeven moment eenstemmig benadrukten, dat aanslagplegers, zoals nu de “gearresteerde zeven” géén Moslims waren, in de goede zin van het woord, en dat hun streven daarom “niets met de Islam te maken had” – dat argument duikt immers bij iedere denkbare gelegenheid op.

Presentatrice Fidan Ekiz liet echter duidelijk merken, daar haar kanttekeningen bij te zetten, door tegen te werpen, dat die aanslagplegers dat zèlf totaal ánders zien en zij stelde, dat als Moslims, ook degenen, die zich “Salafisten” noemen, zich van dit geweld willen distantiëren, zij duidelijker manieren moeten vinden om dit tot uiting te brengen, omdat het anders geen wonder is, dat door niet-Moslims alles en iedereen op één hoop wordt gegooid.

Dat brengt mij terug op de vraag, hoe ze het aanpakte. Ja, heel eerlijk: M I J bevíel het, voornamelijk doordat ze niet schroomde om duidelijk te laten merken, waar ze stónd – niet aan de kant van het Salafisme, in elk geval. Voor een kijker met een realistische inslag is dat nu eenmaal een verademing vergeleken bij het politiek-correcte neutralisme van, pak’m beet, een Eva Jinek. Maar het valt niet te ontkennen, dat ze alle regels van het spel op die manier met voeten trad, zodat verschillende reageerders haar achteraf als een “waardeloze presentatrice” bestempelden.
De positie, waarin Fidan zich bevindt, laat zich trouwens gemakkelijk inschatten: Hoewel zij zich reeds tamelijk in het begin van de uitzending schijnbaar terloops uitliet over haar achtergrond (“Mijn familie bestaat ook uit Moslims, maar bij ons geven we vrouwen gewoon een hand”) is het evident, dat er in haar familie sprake is van een “vrijzinnig Moslim-zijn”, wat in de praktijk neerkomt op “géén Moslim zijn”… al hebben zij in hun situatie tegelijkertijd hun redenen om dat niet van de daken te schreeuwen.

Het valt echter mee te voelen, dat juist zij moeite heeft om zich tegenover werkelijk orthodoxe -Salafistische- moslims onbevangen op te stellen, zoals ze, in deze functie van presentatrice, eigenlijk zou “moeten”. ( “Moet” overigens niet van mij, dat moge duidelijk zijn.)

Wat hier voor haar gold, gold trouwens ook voor de spreekster, die aan het eind van de uitzending het persoonlijk slotwoord sprak: Columniste-actrice Nazmiye Oral, van wie ik me behoorlijk pittige stukjes van jaren geleden in de Volkskrant herinner: Ook al zo’n uitgesproken “afvallige”, zoals ze zichzelf in deze slotrede dan ook onverbloemd betitelde. De kern van haar betoog: “Ik kán en wíl jou mijn geloof niet opleggen. Geloof: Je kunt er veel over zeggen, maar je kunt er geen gesprek over voeren.”

Wat Fidan op een gegeven ogenblik nog letterlijk had laten vallen (“We moesten maar naar het volgende onderdeel overstappen, want we komen hier niet uit, denk ik”) onderstreepte Nazmiye hiermee ondubbelzinnig. Met als gevolg, dat ook zij nadien onderwerp van kritiek werd voor sommige reageerders: Beide vrouwen hadden onvoldoende hun pokerface bewaard, wat klaarblijkelijk hier en daar als “onprofessioneel” werd beoordeeld.
En tja, als men daarmee wil zeggen, dat men van mening is, dat met een dergelijke werkwijze op den duur het verschijnsel “discussie-programma” hiermee op de tocht komt te staan, dan zou daar wel eens een kern van waarheid in kunnen zitten.

Maar hoe erg is dat? Of, laat ik het zo zeggen, speciaal in dit geval: Hoe lang houden we onszelf nog voor de gek door maar te blijven denken, dat het zinvol is om de dialoog te blijven aangaan met de Islam, een ideologie, waarmee het westen geen raakvlakken heeft, die hier niet thuishoort en ook nooit zál thuishoren?

Is het dan op een bepaald moment niet veel beter om de oeverloze discussie af te kappen met een kortweg: “Dit is Nederland, dus hier doen jullie, wat je gezegd wordt: Geen vrijheidsberoving in naam van Allah, geen vrouwenverminking, geen schoppen tegen de westerse waarden en vooral geen terrorisme! En dat eeuwige jengelen om “begrip” sluit je maar op in je maag; aanpassen of wegwezen!”

Deze twee dames, die de westerse cultuur op waarde weten te schatten en daar ook rond voor uitkomen, hebben hiervoor de uitgelezen aftrap gegeven!

Wanneer nemen wij hem over?

Door: Theresa Geissler.