Kunst en ego.

Door: Rob Meyer.
Schept men een kunstvoorwerp ter meerdere glorie van de schepper, of kan het zo zijn dat de kunstenaar zich tijdelijk ten dienste stelt van de muzen?

Vanzelfsprekend is het van evident belang om enige waardering te kunnen en mogen oogsten na levering van een kunstwerk.

Het is uiterst stimulerend als er vanuit de toeschouwer(s) enige blijk van waardering lijkt te komen. Dat heet ‘de olie in de motor’.

Maar ik ben van mening dat kunst niet draait om de schepper, maar om het kunstvoorwerp.

Welke handen er dan ook aan het werk zijn geweest, het gaat uiteindelijk altijd om het uiteindelijke product dat zijn weg en plek moet zien te vinden in de samenleving.

Ik zie de kunstenaar meer als een soort dienstverlener die zich tot taak heeft gesteld om iets tijdloos te scheppen.

Ter verfraaiing van de wereld.

En om de toeschouwer aan het denken te zetten, of te ontroeren.

Of gewoon om het individu iets te spiegelen.

Door de eeuwen heen zijn talloze voorbeelden te vinden van kunstenaars die als een soort boodschappers gewag maakten van op handen zijnde maatschappelijke veranderingen.

Ook hebben veel kunstenaars blijk gegeven over een bepaalde ‘antenne’ te beschikken, waarmee ze iets dieper in de samenlevingsstructuur konden kijken en voelen.

En aldus bepaalde voor het gewone volk nog niet zichtbare zaken aan de kaak stelden.

Maar naast deze zogenaamde boodschappers zijn er tallozen die de kunst bedrijven, gewoon omdat het leuk is om te doen, en dat dit dikwijls een product kan opleveren dat op zijn minst de moeite waard is om te aanschouwen en te beleven.

Maar ook op het therapeutische vlak valt kunst niet te onderschatten.

Veel therapieën zijn gebaseerd op creativiteit, omdat men in het scheppen dikwijls zichzelf kan verliezen en, bovenal, weer kan hervinden, maar dan op een meer bij het individu passend zelfbeeld.

Nog een categorie waar kunst een grote historische rol speelt, is die van de toegepaste kunst.

Architectuur is daar wel het mooiste voorbeeld van, hoewel het huidige niveau van architectuur m.i. wel van een heel bedenkelijke kwaliteit is.

Alles bijeen genomen wil ik stellen dat kunst niet bedoeld is om de schepper te bewieroken, maar om het geschapene zelf vorm te geven, zogezegd tot leven te brengen, om het dan een plek in de samenleving te laten vinden.

Een voorbeeld uit mijn eigen creatieve keuken is wel heel typerend voor deze stelling.

Een aantal maanden geleden vond ik een min of meer half afgemaakt beeld van speksteen bij een kringloopwinkel. Het betrof een enorme grote steen van schitterende kwaliteit.

Maar de maker of maakster van dit ‘bloem’ achtige beeld was lekker bezig geweest, doch had toch niet de eindstreep weten te bereiken, hetgeen resulteerde in een beeld met beschadigingen en een sfeer uitstralend van ‘wel geprobeerd, maar lukte niet.’

Ik heb dat beeld gekocht met de bedoeling om ‘het verder af te maken’, omdat ik er wel wat in zag.

Onlangs besloten mijn mentor en ik om met dat beeld aan de slag te gaan, bepaalde delen weg te zagen en ‘in de steen te gaan duiken’, wat zoiets wil zeggen dat ik dan dieper in de steen ga werken dan de vorige schepper.

Eén en ander resulteerde in een nieuw beeld dat rustte op de eerste versie, maar nu, in mijn beleving, veel meer tot zijn recht aan het komen was, en nog steeds is.

Want we werken er nog steeds aan, aangezien er meer mogelijkheden in de steen verborgen zitten die ik verder wil uitdiepen.

Gisteren kwam er een dame langs in het atelier waar ik aan het werken was, en die uitte haar bewondering voor het beeld, dat voorlopig de werktitel ‘Bloem’ draagt.

Op dat moment kwam één van andere cursisten op ons af en riep luid en duidelijk ‘ Hij heeft die steen bij de kringloop gevonden’.

Enigszins getroffen door deze onverwachte uitlating, legde ik de dame naast mij uit dat het mij niet om persoonlijke erkenning gaat, maar om een mooi beeld te creëren, waar men met plezier naar mag kijken.

Het maakt mij absoluut niets uit welke handen er aan hebben gewerkt, als het maar een mooi product oplevert.

De mede-cursist meende dus dat ik over de rug van een andere kunstenaar uit was op persoonlijke roem, en dat was een misvatting van de hoogste orde.

Nogmaals: kunst is van zichzelf, en ik mag mijn handen – tijdelijk – er aan uitlenen om het een plek op aarde te kunnen laten vinden.

Tot slot: het is een bekend historisch feit dat Rembrandt dikwijls alleen de hoofdlijnen op doek zette om dan de rest van het schilderwerk over te laten aan zijn leerlingen.

Op die manier konden de grote meesters een enorme productie achterlaten.

Door: Rob Meyer.