Nooit meer …oorlog? Nee: NOOIT MEER PUBLIEKE VERNEDERING! VOOR NIEMAND!

 

Door: Theresa Geissler.

Een dag of tien geleden – vlak voordat mijn computer het begaf en ik, in afwachting van een vervangend exemplaar, mijn werkzaamheden op dit blog ca. 6 dagen moest opschorten – kwam ik op De Dagelijkse Standaard nog een artikel tegen, dat het vraagstuk behandelde, waar de Nederlandse Staat zich momenteel klaarblijkelijk momenteel het hoofd over breekt, te weten: Of men thans, meer dan 73 jaar na dato, alsnog (postuum) eerherstel zou moeten verlenen aan de zogeheten “moffenhoeren” van 1945, oftewel: Aan de slachtoffers van de algehele gekte van ná 5 mei 1945, de ‘zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis’.

Ik voelde me tóen al geroepen om op eigen titel aan dit vraagstuk iets bij te dragen. Evenwel, nog geen uur daarna sloeg het noodlot toe, zoals hierboven beschreven, zodat ik dit voornemen noodgedwongen moest uitstellen. Thans echter geef ik gehoor aan de drang, dit alsnog te doen. Een veeg teken, lezer, waaraan U kunt afmeten, hoe hoog deze kwestie mij zit.

Om te beginnen: Ik heb hierover al eens eerder mijn hart gelucht. In mei van dit jaar publiceerde ik op – toen nog – het blog van E. J. Bron een artikel, waarin ik o. a. mijn eigen kijk op dit onverkwikkelijk gebeuren ondubbelzinnig aan de orde stelde:

https://ejbron.wordpress.com/2018/05/22/met-opgeheven-hoofd/

wat dan wil zeggen: op het gebeuren-zèlf, níet op dit bijna driekwart eeuw later opgeworpen vraagstuk. Want daarop is helaas nu nog maar één conclusie mogelijk: Te laat. Zinloos. Laat maar.

Was de vraag zo’n vijf- of hooguit tien jaar na mei ’45 opgeworpen, dan zou hij nog zin gehad hebben, maar NIET anno 2018, nu men er vrijwel zeker van kan zijn, dat vrijwel alle betrokkenen van destijds – zowel daders als slachtoffers – inmiddels onder de groene zoden liggen.

Ik constateer dit zonder enige voldoening, want het is ronduit wálgelijk, niet alleen, dat deze gebeurtenissen destijds kónden plaatsvinden, maar tevens de reden, waaróm ze konden plaatsvinden, namelijk: dat men, zoals gaandeweg is uitgelekt, van hogerhand het molesteren van de zogeheten “moffenmeiden” oogluikend heeft laten gebeuren ter ‘kanalisering’, teneinde ‘onversneden slachtpartijen onder NSB’ers (“Bijltjesdag”) te voorkomen’.

Lijkt op het eerste gezicht misschien nog een gezonde afweging, maar is in feite niet meer of minder dan een zwaktebod. Waarvan men zich naar mijn mening met recht en reden kan afvragen, of hiertoe geen gezondere remedie denkbaar was geweest.

Zeker met het oog op de achtergrond van de vrouwen, die voor het overgrote merendeel híervan het slachtoffer werden, dát om te beginnen. Want inmiddels is wel duidelijk, dat het voor dat overgrote merendeel niet of nauwelijks ging om concrete gevallen van “landverraad”, maar veeleer om manieren om henzelf of hun kinderen te laten overleven en daarnaast, minstens zo vaak, om doodgewone, oprechte genegenheid/verliefdheid.

Mag dat soms alléén mánnen treffen? Wie matigt zich aan, juist over deze vróuwen te oordelen?
(Antwoord: De maatschappij … destijds althans.)

En dan ten tweede: Ik houd onverkort vast aan het standpunt, waarvan ik in het hierboven aangehaalde artikel ook al uitging: Men doet elkaar bepaalde dingen nu eenmaal niet aan. Toen niet. Nu niet. Nooit.
Je grootste vijand niet. De grootste lándverrader nog niet.

Verdienen ze ‘straf’? Het zij zo. Maar blijf ze waardig behandelen, anders gezegd: ontroof ze niet, nog wel gelegitimeerd, hun menselijke waardigheid, opdat de schande van die ontroving niet op jóuw volk overslaat, inclusief de gezonde geesten, die met dergelijke praktijken niets uit te staan (willen) hebben.

De “Dark Ages” zijn verleden tijd: Er zijn dingen, die we op een gegeven moment niet meer moeten willen. Ook al niet in mei ’45.
Het is daarom, dat ik deze gebeurtenissen “een Zwarte Bladzijde In de Geschiedenis” blijf noemen.

Echter: dat doet niets af aan mijn conclusie, dat postuum eerherstel in dít stadium totaal geen zin meer heeft, oftewel van nul en gener waarde is.

Wat nog wel zin kan hebben, is het doorgedrongen besef, dat bepaalde gebeurtenissen NOOIT MEER MOGEN PLAATSVINDEN. Ook niet, als men oorlog op zichzelf niet altijd kan verhinderen.

Wat mij betreft zal ik nooit nalaten, om dit standpunt te blijven herhalen, al is het maar om mijn – bescheiden – steentje te blijven bijdragen …. tot het in vruchtbare aarde valt.

Oorlog is iets verschrikkelijks, maar sommige nevenverschijnselen zijn erger: Zij, die het monster losmaken in de mens.

Door: Theresa Geissler.