“….En toen waren ze weer vriendjes; eind goed, al goed…”

Door: Theresa Geissler.

Er schijnt licht te gloren aan het einde van de tunnel. Als je er in gelóóft, tenminste.

Verschillende bronnen, waaronder het NOS-nieuws, De Dagelijkse Standaard en de Leeuwarder Courant – van welke laatste ondergetekende toevallig nèt een aanbod had aanvaard om een maand lang gratis de premium-artikelen te mogen lezen https://www.lc.nl/friesland/Blokkeerders-in-gesprek-met-Kick-Out-Zwarte-Piet-23823329.html – verdróngen elkaar zogezegd om het heuglijke nieuws te kunnen brengen, dat er zowaar Donderdagavond jl. een “ontspannen gesprek” had plaatsgevonden in de flat van Joyce Beukema, anti-Zwarte Piet-activiste, tussen enerzijds Blokkeer-Friezen en anderzijds enige KOZP’ers, onder wie de grote Jerry Afriyie himself!

Nou zeg, dát is nog eens groot nieuws!
Hang de vlag uit!

Hoewel…. beter maar even niet de Nationale Driekleur. De Fríese vlag is onder deze omstandigheden misschien een optie: Dit “Pact van Dokkum”….eh, pardon, Lééuwarden, is tenslotte op Friese bodem tot stand gekomen, dus…. – En om U de waarheid te zeggen, Lezer, ben ik persoonlijk blij, dat ík daar verder buiten sta; hoe dat bij U is, moet ieder voor zichzelf maar bepalen. Bij mij echter drong zich direct bij het lezen al een onmiskenbaar ‘geef-me-een-teiltje-gevoel’ op, dat tot op heden nog niet geheel en al tot bedaren is gekomen…

Waaraan dit me precies deed denken …tja …

Op de eerste plaats aan het commentaar van mijn moeder zaliger, nadat ze, nu alweer enkele decennia geleden, enige tijd het spel van haar toen 8-jarige kleinzoon met zijn Lego- bouwdozen had gadegeslagen, waaronder de ‘bloedige’ slag tussen de twee burchten van zijn ‘ridders’ en ‘wolvenjagers’: Zodra tenslotte de strijd beslecht scheen te zijn, kwam ze er namelijk met een pleitend toontje tussen: “Maar nu ze gewonnen hebben, gaan ze het weer goed maken met elkaar en weer vriendjes worden, hè?” Een niet-begrijpende blik van mijn zoon was haar deel: “Nee, waaróm, Oma? Zo gaat het in het echt toch óók niet?”
En wát hij gelijk had! Ik voelde me bijzonder trots op zijn goed-ontwikkelde gevoel voor de realiteit!

Oma’s, sommige moeders en ten opzichte van de meer volwassen wereld anderen (wel opvallend vaak vrouwen) ….. Al te dikwijls hebben ze de neiging om op de meest onverwachte momenten voor vredes-engel te gaan spelen, bij voorkeur als beide partijen nog lang niet zijn uitgepraat. Zo ook de hierboven genoemde Joyce Beukema: Eerst enige jaren lang je deel leveren aan een steeds verder escalerende ‘discussie’ en dan, als één van beide partijen eenmaal bakzeil heeft gehaald doordat de rechterlijke macht hem op een gegeven moment een dolk in de rug steekt, opeens het voorstel doen om te práten! Toegegeven, minstens zoveel schuld heeft daaraan de tegenstander, die deze (onbewust?) bedrieglijke geste nog accepteert ook, en uit wat er in het artikel over te lezen viel, krijgt men dan ook de indruk, dat de paar blokkeer-Friezen, die zo gek waren,  niet direct tot de ‘harde kern’ gerekend mochten worden. In elk geval zijn ze er, vanaf een afstandje bezien, aardig ingetrapt door de KOZP op deze manier tóch haar zin te laten krijgen:

Ga maar na: Eén van de eisen van deze groep semi-terroristische drammers was, dat de blokkeer-Friezen tevens zouden worden verplicht tot het deelnemen aan een workshop, die door KOZP-zelf zou zijn georganiseerd. Een onbeschaamde eis, die over de grens van de Vrijheid van Meningsuiting heen walste en daarom terecht niet werd gehonoreerd. Et voilá, daar hèbben we onze workshop, door mw. Beukema via een achterdeurtje mogelijk gemaakt: De koffie, die de ‘deelnemers’ ongetwijfeld tijdens het ‘gesprek’  aangeboden zal zijn, hadden ze bij een verplichte workshop immers ook wel gekregen: Dat is nu eenmaal dé beproefde methode om de ‘weerspannigen’ toegankelijker te maken, om ze, als het ware. “overstag” te laten gaan. “En dán is er koffie…” Ja, gezellig!

Dat Jerry Afriyie-zelf, zoals hij, “bevlogen” benadrukte, “heel blij was, dit vanavond gedaan te hebben”, omdat “iets hem gezegd had, dat hij hier moest zijn”, is nogal glad: Hij had zijn zin en meer kan geen mens -ook geen KOZP-drammer- verlangen. Want uit het artikel krijgt men niet bepaald de indruk, dat de aanwezige blokkeer-Friezen-met-slappe-knieën een evenredige inbreng hadden in het “gesprek”: Elk zwak geformuleerd argument van hun kant (persoonlijk telde ik er in dit verslag maar één) werd door ‘docent’ Jerry vriendelijk, maar beslist van tafel geveegd, waarna wederom uitgebreid de nadruk werd gelegd op de stokpaardjes van KOZP, met name “het belang van beter onderwijs, waarin meer aandacht zou worden besteed aan de geschiedenis van de slavernij” of iets in die richting. Ach, overbodig om dat allemaal weer te gaan herhalen: We kunnen die stokpaardjes intussen immers wel drómen. EN er trouwens genoeg concreets tegenin brengen, maar als je de bij dit “gesprek” aanwezige pers mag geloven, gebeurde dat laatste hier nu juist níet: De “meester” was aan het woord en de “leerlingen” hielden kennelijk hun mond; je zit tenslotte op een (verkapte) Workshop, of je zit er niet.

‘Als het niet kwaadschiks kan, dan maar goedschiks’, moeten de KOZP’ers in hun uitgekooktheid gedacht hebben, ‘maar er onder krijgen, zúllen we ze.’ En inderdaad blijkt dat eens te meer op te gaan bij tenminste enkele van de “blokkeer-Friezen”, die zich nu weer voor dit karretje hebben laten spannen, en er in het ergste geval nog trots op menen te kunnen zijn ook, omdat z i j toch maar voor de “dialoog” hebben gekozen (wat je een dialóóg noemt!)

Rest ons nog, ons af te vragen, wat dit voor initiatiefneemster Jenny Douwes moet betekenen, die vooralsnog verstrikt zit in de juridische procedures, met als enig alternatief het aanvaarden van 240 uur taakstraf plus een maand voorwaardelijk, omdat ze opkwam voor het behoud van de Nederlandse traditie en -identiteit, méde in het belang van deze paar wankelmoedigen, die voor het oog van de camera’s thans weer zoete broodjes menen te moeten bakken met de gewelddadige dwingelanden van KOZP.

In haar plaats zou ik, eerlijk gezegd, wel wéten, wat ik daarvan vond.

Door: Theresa Geissler.