Eerbied voor grijze haren.

Door Rob Meyer.

Stel: je werkt een jaar of 40 bij een bedrijf.
Je hebt je altijd voor de volle 100% ingezet voor je werkgever.
Dan komt het moment dat je van Drees gaat trekken en de laatste dag van je loopbaan is in zicht.
Je krijgt een ‘gouden’ hand en een bos bloemen, gedragen door een ‘dankjewel voor al jouw onvolprezen inzet’, gevolgd door de woorden ‘En nu opgerot en laat ik je niet meer zien of horen!’
Dat zou uiteraard ongelooflijk hard aankomen na al die jaren van hard werken.
Iedereen zal het ongetwijfeld met mij eens zijn dat dit natuurlijk erg zuur is en zeer ongepast.
Gelukkig komt dat zelden of nooit voor in de praktijk.
Toch?

Maar dat is helaas niet het geval.
Ouderen, die zich tientallen jaren hebben ingezet om voor land, gezin en nageslacht een goede toekomst te verzorgen, worden bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd als grof vuil bij de asvaalt gezet, met de woorden: ‘Los het nu verder zelf maar op en zie maar hoe je aan de kost komt!’
Dit komt steeds vaker voor en laat zien hoe verhard de samenleving is geworden.
De enige partijen in de politiek die zich enigszins bekommeren om deze groeiende groep binnen onze samenleving zijn 50Plus en PVV, beide partijen die geregeld onder vuur liggen.
En ook wel een beetje binnen de christelijke partijen.
Verder is men de mening toegedaan dat deze groep niets meer heeft toe te voegen aan de maatschappij en wordt derhalve weggezet als ‘niet meer nuttig’ , sterker zelfs: als een last voor de ‘hardwerkende’ burgers.
Grijze haren zijn synoniem aan afdanking.

Dan hebben we nog de 50 plussers, die dankzij de bezuinigingen en economische groei te horen krijgen ‘dat ze niet meer nodig zijn’.
Die komen na tientallen jaren hard werken thuis te zitten en moeten van de uitkeringsinstanties dagelijks solliciteren om toch maar weer een nuttige plaats in de samenleving te veroveren.
Maar diezelfde werkgever die de 50 plusser de laan heeft uitgestuurd, zal zich wel tweemaal bedenken om zo’n afgedankte oudere in dienst te nemen.
Stel dat hij/zij gezien de ‘hoge’ leeftijd en de navenante ‘zwakke lichamelijke conditie’ zich geregeld ziek gaat melden?
Dat gaat goud geld kosten, dus dan maar liever een onervaren, nog volledig in te werken jonge hond aannemen, waar het ziekteverzuim hoogstwaarschijnlijk veel minder zal voorkomen.
Dat er met de senior een bak vol werkervaring in de gootsteen verdwijnt, daar wordt niet over nagedacht. Alleen het kostbare, imaginaire ziekteverzuim speelt een rol.

Nu de gemiddelde leeftijd een flink stuk omhoog lijkt te gaan, zal die 50 plusser dus naar alle waarschijnlijkheid nog een jaar of 30 thuis op de bank komen te zitten, met de hete adem van uitkeringsinstanties in de nek.
Wordt het niet zo langzamerhand tijd dat we als samenleving gaan nadenken over dit groeiende probleem?

Wat is er mis met grijze haren?
Als zich onder die grijze kuif misschien wel een koffer vol werkervaring bevindt?
En wat te zeggen van twintigers die nog het hele ervaringstraject moeten doorlopen, voor ze echt van nut kunnen zijn voor een bedrijf?
Niks nadeligs m.b.t. die jeugdige groep werknemers, maar zijn die niet beter af als ze ingewerkt worden door de ervaren 50-plussers?
Dat noem ik een win-win situatie.
Nog los van het uiterst oneerbiedige ‘wegzetten’ van de inmiddels uitgerangeerde werknemer.
De verzorgingstehuizen zitten vol met ‘uitgewerkte’ burgers, en dat neemt hand over hand toe.

Is er dan geen constructie te bedenken om deze ‘pijlers van de samenleving’ meer aandacht te geven en hun op de één of andere manier op een creatieve manier deel te laten nemen aan de samenleving en ze uit respect en dankbaarheid, maar ook vanuit een nieuw economisch model nog een steentje te laten bijdragen aan de maatschappij?
Ja, dat kost geld.
Maar asielzoekers kosten ook geld, enorme bedragen.
Die hebben nog nooit iets betekent voor onze samenleving.
Sterker nog: ze hangen aan de borst van Moedertje Nederland, in de meeste gevallen zonder iets van betekenis terug te leveren.
Prima om mensen in nood te helpen – hallo GroenLinks, PVDA en D’66 – , maar om daarom eigen burgers na een lang leven van werkzaamheid naar de vuilstort te brengen, daar verslik ik me grotelijks in.

Hoe we dit op een goede wijze dienen op te lossen, is aan Den Haag.
Helaas hebben de heren landbestuurders meer oog en oor voor Afrikaanse fortuinzoekers.
Ik heb er een hard hoofd in.

Maar wel veel eerbied voor grijze haren.

Dit moest ik even kwijt.
Door:Eer Rob Meyer, 23 november 2018