Racisme? Nee, simpelweg: Tot hier en niet verder.

Door: Theresa Geissler.

Een drie dagen oude column van Jaap Tielbeke (bouwjaar 1989, sinds 2015 verbonden aan de redactie van “De Groene Amsterdammer”: https://www.groene.nl/artikel/zwarte-piet-en-het-schrijnend-gebrek-aan-leiderschap

De columnist maakt zich zorgen over het gebrek aan leiderschap bij de Nederlandse politieke leiding, met name van premier Marc Rutte himself, omdat deze na de gebeurtenissen bij de diverse Sinterklaas-intochten volgens Tielbeke niet onomwonden genoeg de kant van de anti-Piet-demonstranten zou hebben gekozen (hij distantieerde zich immers van BEIDE partijen, wat klaarblijkelijk niet was, wat de GA-medewerker graag had willen horen).

Het ging dus nog steeds over de zwarte-pieten- discussie, een onderwerp, waarop ik deze keer als zodanig niet al te specifiek wens in te gaan, omdat dit de afgelopen dagen/weken meer dan genoeg gebeurd is: Niet de volledige column, maar één bepaalde passage daaruit was in feite de aanleiding om alsnog mijn zegje te doen. In die passage constateert Tielbeke namelijk, dat de discussie allang niet meer gaat over ‘de kleur van de knecht’:

“De discussie gaat over de vraag, of Nederlanders met een migratie-achtergrond mogen meepraten over de invulling van Vaderlandse tradities. En een schrikbarend luidruchtige groep nationalisten is duidelijk van mening van niet.”

En, al zou deze bemerking nóg objectiever, nóg waarheidsgetrouwer worden gemaakt door het woord ‘luidruchtige’ te vervangen door, bijvoorbeeld, het woord ‘grote’, verder klopt hij volkomen; werkelijk niets op af te dingen.
Ik kan dat beoordelen, omdat ik mij zèlf beschouw als behorend tot genoemde groep: Inderdáád nationalistisch ingesteld – maar dat is in principe absoluut geen schande – en inderdáád van mening, dat “Nederlanders met een migratie-achtergrond” níet mee te praten hebben over de invulling van vaderlandse tradities. Of, op het preciezer uit te drukken: MeePRATEN kan dan in beginsel nog wel, meeBESLISSEN is echter een stap te ver.

Ook dat wil ik graag toelichten:

Tradities zijn, om het dan nog maar eens ten overvloede te benadrukken, oeroude gebruiken, die vrijwel altijd eeuwen geleden zijn ingevoerd door de toenmalige, oorspronkelijke bevolking. Vaak kúnnen ze in al die tijd wel qua vormgeving iets worden gewijzigd; in sommige gevallen verdwijnen ze zelfs helemaal. Dat gebeurt dan meestal, doordat in de loop van de tijd de inzichten onder diezelfde oorspronkelijke bevolking dusdanig veranderen, dat men het er algemeen over eens is, dat een bepaalde traditie niet meer kán. Let wel: dat wordt dan nog altijd beslist door die OORSPRONKELIJKE BEVOLKING EN DOOR NIEMAND ANDERS.

Daar is niets onrechtmatigs aan: Westerse gemeenschappen in islamitische landen of zelfs in bv. Israël kunnen ook wel gruwen van het ritueel/kosher slachten van dieren, maar daarom halen ze het doorgaans nog niet in hun hoofd om te gaan eisen, dat het in het betreffende land om hunnentwille wordt afgeschaft.

Ja, maar als er uit het ritueel nu een belediging/vernedering spreekt, die direct of indirect henzèlf aangaat, hoor ik nu al weer tegenwerpen.
Waarop dan automatisch de wedervraag rijst: “En als dit volgens de nuchtere feiten níet het geval is?” – want ja, op die manier zijn we dan tóch weer bij ons aller traditionele sinterklaasfeest beland, maar goed, laten we dit tastbare voorbeeld dan voor het gemak maar ter hand nemen:

Het is niet de schuld van de traditie, dat de ‘getinte Nieuwe Nederlanders’, hetzij afkomstig uit de voormalige overzeese rijksdelen, hetzij uit het Afrika ten zuiden van de Sahara, zich identificeren met het donkere uiterlijk van Zwarte Piet. In het allerprilste begin van de Sint Nicolaas-legende schijnt diens metgezel de Duivel in eigen persoon geweest te zijn, die hij, als Goedheiligman, had weten te overwinnen en sindsdien aan een ketting met zich meesleepte, waar hij ging. Mogelijk omdat een dergelijke macabere metgezel niet bepaald bijdroeg aan de feestelijkheid, ook niet voor de volwassenen, werd de figuur gaandeweg aangepast, oftewel omgevormd tot de in zijn tijd nog steeds wat ongrijpbare, maar in ieder geval menselijker ‘Moor’ in de rijke kledij van de Jeunesse d’Oré uit de Renaissance, de gouden oorringen zéker geen teken van slavernij, maar van Moorse welstand, als vertrouweling van de Goedheiligman Sint Nicolaas. N.b.: Deze metamorfose vond dus plaats op initiatief van de OORSPRONKELIJKE BEVOLKING, die zoveel generaties terug de traditie ook had geïntroduceerd.

Ergo heeft het feest dus 0,0 met het kolonialisme te maken, wat de protesterende NN’ers intussen ook al legio aantal keren is voorgehouden door historici, die weten, waar ze het over hebben! Dat zich onder hen ook Maarten van Rossem bevindt, bij andere gelegenheden een links-gekkie op en top, die discriminatie-van-minderheden kilometers in de verte ziet aankomen, of er nu metterdaad sprake van is, of niet, zegt het nodige: Onder meer, dat hij dit feit wel móest toegeven, wilde hij geloofwaardig blijven in zijn hoedanigheid van – nog altijd- professioneel historicus. Dat de getinte NN’ers deze waarheid wensen te negeren, omdat de on-echte versie over het ‘koloniale verleden’ ze beter uitkomt, is geheel en al voor hun rekening: De oorspronkelijke Nederlandse bevolking is op geen enkele manier verplicht, daar ook maar iets mee te doen.

Goed, laten wij hierbij de Sint-en-Piet-traditie weer even voor wat hij is en keren wij terug, tot het fenomeen traditie-in-het-algemeen, dan komen wij bij hetzelfde uitgangspunt: Tradities – en dat geldt werkelijk voor àlle volkeren, overal ter wereld – zijn eigendom van de oorspronkelijke bevolking, die ze heeft gevestigd, en het recht om ze te wijzigen, of in het uiterste geval af te schaffen, is aan háár, op het moment, dat de behoefte aan verandering door háár wordt gevoeld; zeer zeker behoort dat recht níet toe aan welke niet-oorspronkelijke bevolkingsgroep dan ook, die zich met toestemming van de oorspronkelijke groep in hetzelfde land heeft gevestigd en bepaalde tradities, die niet de hare zijn, wil laten verdwijnen omdat men er geen voeling mee heeft, c.q. ze verkeerd interpreteert.

Racisme? Helemaal niet! Gewoon een grondrecht van iedere oorspronkelijke bevolking, dat ten nauwste samenhangt met het recht van ieder volk op zijn eigen identiteit, zijn eigen grenzen. Dat er in dit tijdperk een links-georiënteerde ‘lost generation’ rondloopt, die denkt, dat ze nobel bezig is door alles tegelijk – identiteit, grenzen en tradities, ongeacht welke – op de mestvaalt te werpen omwille van een multicultureel Utopia, wil nog niet zeggen, dat degenen, die wat dit betreft beter weten, verplicht zijn, dit maar klakkeloos na te volgen.

Sterker: Het is hun onvervreemdbaar recht, zich ertegen te verzetten, ook als dit betekent, dat ze van tijd tot tijd tegenover de door de linkse verkwanselaars overmoedig gemaakte NN’ers duidelijk het signaal moeten afgeven: “Ho! Tot hier en niet verder. Dit overschrijdt ónze grenzen en die mogen wij evenzeer verdedigen, als jullie dat mogen bij die van jullie. Vragen kún je, in principe, maar het is niet aan jullie om dingen te gaan EISEN. Zaken veranderen pas als WIJ er aan toe zijn, en niet eerder. Disussie gesloten.”

DAT is het gerechtvaardigde politieke leiderschap dat voor ons land zo broodnodig geweest zou zijn, níet het klakkeloze wegsmijten en weg-met-ons, dat linkse verkwanselaar Tielbeke bij Rutte c.s. zo graag zou hebben bespeurd.

Dat zowel links- als realistisch Nederland er vooralsnog naast grijpen, voorspelt van alles voor de toekomst, behalve duidelijkheid. En het maakt de “Nieuwe Nederlanders” aanmatigender dan ooit …

Maar ‘racisme …’ Nee, het wordt echt tijd, dat we ons van díe holle frase helemaal niets meer aantrekken!

Door: Theresa Geissler.