Islamkritiek van radicaal-Links, naar het voorbeeld van Justus Wertmüller

Door: Maerzkaempfer.

De Islam en Links manifesteren zich meestal min of meer als expliciete bondgenoten. Beide profiteren van dit wapenbroederschap. De islamitische verenigingen kunnen de linkse partijen gebruiken als bruggenhoofd in het Duitse politieke landschap, teneinde hun belangen effectiever door te zetten, en omgekeerd mag Links zich verheugen in het vooruitzicht op een groeiend kiezerspotentieel. Als men in deze verbinding breekpunten wil vinden, moet men al nauwkeuriger kijken. Die zijn minder te vinden bij verburgerlijkt Links aan de vleespotten der macht dan bij de individuele vertegenwoordigers van radidaal Links, die misschien vanwege hun geïsoleerde positie een scherpere waarnemingssensibiliteit voor politieke tendensen bezitten.

Als uitgesproken islam-criticus heeft Justus Wertmüller, redacteur van het radicaal-linkse theorie-tijdschrift “Bahamas” uit Berlijn, zich geprofileerd. Wertmüller springt er uit,door plausibele argumentatie en realistische sitiatie-beoordeling, die hij vanuit een laïcistisch-emancipatoir standpunt uit de doeken doet.
Ik wil zijn belangrijkste standpunten kort schetsen. De voormalige ‘Groene’ neemt zeer nauwkeurig waar, dat de “islamofobie” niet minder is dan een politiek strijdbegrip, dat analoog aan “xenofobie” werd gevormd, om het islamitische fundamentalisme systematisch te bagatelliseren, de scheiding van religie en politiek te ondermijnen en als intolerant te denunciërenen uiteindelijk de liberale Moslims, die een kritisch-historische verhouding tot hun religie ontwikkelen en hun geloof vredelievend willen bedrijven, tot zwijgen te brengen.

Op deze manier wordt de Islam immuun gemaakt voor kritiek en onaantastbaar verklaard. Tussen het eigenlijke geloof, zijn politieke implicaties en de gelovigen kan geen onderscheid meer worden gemaakt, zodat reeds het voorstel voor een hoofddoekverbod voor representanten van de staat in de openbare ruimte de alarmklokken van de meningen-politie laat afgaan.
Ook de opvatting, dat Moslims zouden moeten assimileren met de cultuur van het land van opvang wordt gebrandmerkt als “islamofoob”; In plaats daarvan zou men de Moslims tegemoet moeten komen met een cultuur-sensibele wetgeving en -rechtstoepassing.

Wertmüller zet uiteen,waarom een collectieve islamitische slachtoffer-mythe, die steeds weer een dader-slachtoffer- omdraaiïng mogelijk maakt, zo succesvol kon worden gevestigd. Islamofobie werd gelijk getrokken met antisemitisme, de open wond in de Duitse geschiedenis, die steeds bijzonder graag wordt aangetoond, wanneer men een bepaalde politiek historisch-politiek wil legitimeren. Opeens moet, zoals de historicus van het Berlijns Centrum voor onderzoek naan antisemitisme, Wolfgang Benz, schrijft, geen noemenswaardig onderscheid bestaan tussen het vijandbeeld van de Joden en het vijandbeeld van de Moslims. De Duitsers hebben eenvoudigweg willekeurig een nieuw boeren-slachtoffer gezocht, maar de discriminerende structuur zou hetzelfde gebleven zijn.

Deze parallel is meer dan scheef en eenvoudig te doorzien, echter, mits emotioneel gepresenteerd, uiterst doeltreffend. De Jood werd door de Nationaal-Socialisten tegelijk tot Über- en Untermensch gemaakt: Aan de ene kant figureerde hij als oppermachtige wereld-samenzweerder en de incarnatie van de geldmacht, aan de andere kant als “schadelijke” en “ongedierte” aan het “Volkslichaam”. Dit “uitwissings-antisemitisme” straalde in de volledige exterminatie van het tot demonische wereldheersers opgeblazen Jodendom eenduidelijk doel uit, waardoor het zijn verschrikkelijke vernietigingskracht kon ontwikkelen. Een analoog vijandbeeld met betrekking tot de Moslims bestaat wijd en zijd niet, vooral niet, wanneer men bedenkt, dat de reserves tegen vertegenwoordigers van de Islam zijn gebaseerd op reële misdrijven en reëel terrorisme, Terwijl de Jodenhaat zich baseerde op imaginaire gruweldaden.

Het toppunt van absurditeit ziet Wertmüller vervolgens bereikt, wanneer men de Islamkritiek met de racisten-knuppel te lijf gaat. Volledig terecht stelt hij vast, dat het één met het ander niets te maken heeft, ja, helemaal niets te doen kán hebben. Islamisten en anti-racisten zijn het met elkaar eens, dat beoordelende uitspraken over Moslims racistisch zouden zijn. Hierbij maken ze een beslissende categorische fout: Religie is een onderwerp van vrije keuze en daarin ligt haar waarde Wie nu het begrip ras overdraagt op het religieuze vlak, rassificeert uiteindelijk de religie, zodat hij haar tot een on-veruiterlijkte natuurlijke eigenschap maakt. Het islamitische meisje van natue zo en kan niet anders dan een hoofddoekdragen. -Derhalve mogen wij haar daarvoor niet bekritiseren. Wie zo argumenteert, kan eigenlijk helemaal niet meer toelaten dat iemand vrijwillig uit zijn religie treedt, omdat ze hem in zekere zin in het bloed zit. Aangezien religie hoe dan ook een vrije bekering impliceert, moet er logischerwijs een fundamenteel verschil bestaan tussen racisme, dat een individueel mens op grond van zijn natuurlijke kenmerken, die hij niet kan veranderen (bv. huidskleur) wegzet, en de kritiek op een fundamentalistische tendens van een religie, voor of tegen welke iedereen in vrijheid beslist.

De racisme-knuppel wordt door enkele islamitische kringen ook daarom dankbaar gebruikt, omdat een “ras-Islam”de eigen religieuze vanzelfsprekendheid sterk tegemoet komt: Volgens de Koran zijn alle mensen vanaf de geboorte Moslims, dat is de antropologische uitgangs-toestand, vanuit welke een uittreding of wisseling van religie als een schandalige Apostasie wordt gezien en zwaar wordt beoordeeld en bestraft. De Umma als van de natuur gegeven dwingende gemeenschap, waarui een uittreding principieel niet mogelijk is, zonder dat men inboet aan het mens-zijn – dat zouden de islamisten graag zien en de anti-racisten leveren hen daarvoor de argumenten!

Hoewel de naar alle waarschijnlijkheid religieus on-muzikale Wertmüller geen islam-wetenschapper is, benoemt hij met grote trefzekerheid de centrale verschillen, die de islam scheiden van jodendom en christendom. De Islam maakt de transcedentie van God so sterk,dat een persoonlijke verhouding van mens tot God, zoals het in het christendom altijd mogelijk geweest is voor individuele Godzoekers om te twijfelen aan de inclusieve autonomie, moeilijk denkbaar is. Dienovereenkomstig heeft hij altijd al een innerlijke affiniteit bezeten moet de filosofie en streefde naar een verzoeni ng van geloof dn verstand. Wie nu verwijst naar de islamitische Aristoteles-adepten Avicenna en Averroës in de 11de/12de Eeuw, die verantwoordelijk zijn voor de overname van Aristoteles in de Europese hoogscholastiek, moet weten, dat zij zeer snel uit de islamitische traditie werden buitengesloten en dat hun werken op de schroothoop belandden. Het is karakteristiek, dat het Aristotelisme vervolgens juist niet in het islamitische, maar in het Europese gebied stijlvormend werd voor het denken.

In plaats daarvan verhinderde het uitleg-verbod van de Koran een vruchtbare verbinding tussen religie en filosofie, ja, het is de vraag, of men überhaupt kan spreken van een islamitische theologie als Gods woord principieel versperd moet zijn aan de Logos. Waar de twee- koninkrijken-leer in het christendom ertoe leidde, dat religie en politiek als twee verschillende gebieden met eigen wettelijkheid werden gezien, bleef de Islam een politieke religie wiens politieke dragers tot 1922, het Osmaanse Rijk, trekken vertoonde van een nomadisch gestempelde roof- en slavenhouders-samenleving onder de dekmantel van de theocratie.

Tenslotte het beeld van de vrouw: Het is geen toeval, dat de hoofddoek een bewijs is van vrouwenonderdrukking en een algemeen voorbehoud tegen de westerse vrijheden. Het representeert geen achterhaald mode-accesoire, dat men om modieuze redenen ook nog draagt in landstreken waarin zandstormen een zeldzaamheid zijn. Het brengt consequent de zienswijze tot uitdrukking, dat de vrouw een “poel van zonde” is, die de man onbedekt verleidt tot het kwade. De man wordt in deze zienswijze gestiliseerd tot een weerloos slachtoffer, dat tegen de prikkeling van de vrouw niets kan inbrengen, om hem onmiddellijk te machtigen tot bruut daderschap tegen bepaalde vrouwen, namelijk de vrouwen, die het wagen, in openbare ruimtes geen hoofddoek te dragen, of die zichzelf helemaal eerloos hebben gemaakt, doordat ze een relatie zijn aangegaan met een ongelovige. Tegen dergelijke vrouwen buiten de beschermende ruimte van de hoofddoek en huwelijkse of familiaire seksuele controle bestaat een vrijbrief, die de uitoefening van geweld, via verkrachting tot eermoord aan toe, legitimeert; wat overigens verklaart, waarom statistisch bij de outdoor-verkrachtingen buitenproportioneel veel islamitische daders vertegenwoordigd zijn.

Een centrale reden voor de voortdurende bagatellisering van het Islam-islamisme-complex linkt Wertmüller aan een verkeerde conceptie van het multiculturalisme, dat bij Links wijd verbreid is. Hiertoe citeert hij de zogenaamde “paradox van het multiculturalisme”, zoals ooit opgesteld door de Franse filosoof Pascal Bruckner:

“Hij verzekert alle samenlevingen van gelijke behandeling, maar niet de mensen, waaruit ze worden gevormd, want hij weigert hen de vrijheid, zich los te maken uit hun eigen traditie. In plaats daarvan: Erkenning van de groep, onderdrukking van het individu. Bevoorrechting van de traditie tegen de wil van al diegenen, die gebruiken en familie achter zich laten, omdat ze bijvoorbeeld de liefde willen beleven naar hun eigen inzicht.”(Brückner: Fundamentalisme van de Verlichting of racisme van de anti-racisten?, in: Tierry Chervel, Islam in Europa, 2007)

Het punt van Brückner is hierin gelegen, dat het linkse multiculturalisme precies datgene verweten kan worden, wat men het rechtse “ethnopluralisme” graag verwijt: Identiteitspolitiek en segegratie van gesloten, naast elkaar bestaande natuurlijke eiland-samenlevingen tot welke het individuele geen reflexieve distantie meer kan verkrijgen – alleen maar binnen één en hetzelfde gemeenschappelijke wezen. Hoe dan ook moet de vraag toegestaan zijn, waarom men niet liever een politiek van geforceerde multiculturalisering een halt zou toeroepen, dan het concept van identiteit op zichzelf, dat de volkeren en religies op de wereld zich niet simpelweg door academische rabulistiek uit het hoofd zullen laten praten, ook niet als ze enkele overdenkingswaardige inzichten bevat, zoals die van Justus Wertmüller.

Bronnen:
http://www.redaktion-bahamas.org/heft/

Door: Maerzkaempfer (auteur op Young German)
Vertaling: Theresa Geissler.
Bron: https://younggerman.com/2018/12/17/islamkritik-von-der-radikalen-linken-am-beispiel-von-justus-wertmueller/