Het anti-establishment uniform.

Door: Rob Meyer.

Wollen, tot over de oren getrokken mutsen, dikke baarden, kachelpijpbroeken als maillots en stoere stappers waar een ervaren bergbeklimmer strontjaloers op zou zijn, ziedaar: het nieuwe uniform van de hedendaagse twintigers.
Een nieuw politiek correct legioen dient zich aan, veelal gelieerd aan linkse ‘wij hebben natuurlijk gelijk’ partijen die onze wereld ‘wel even ten goede zullen doen keren’.
En zo ontstaat er weer een identiteitscluster, aanvankelijk bedoeld als frisse tegenwind, maar uiteindelijk resulterend in – weer – een klonenclubje.

In de jaren zeventig bezocht ik de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam, en volgde aldaar gedurende enkele jaren de grafische opleiding in het roemruchte ‘Aquarium’, zoals wij deze door de bekende ontwerper Gerrit Rietveld gecreëerde glazen blokkendoos betitelden.

Al in het eerste jaar voegde ik me zonder omwegen bij de zogenaamde anti-establishmentclub en deed gewillig mee met de uniforme presentatie die onze kritische blik diende te vertegenwoordigen.
Deze outfit bestond uit lange haren tot onder de schouderbladen, en navelbedekkende baard, een T-shirt, zo vet dat je er oliebollen van kon bakken, een rafelige spijkerbroek waar je ’s avonds zo kon uitstappen – hij bleef gewoon overeind staan!, Turkse of Marokkaanse teenslippers, en een van kraaltjes zelfgemaakte haarband rond het hoofd, in feite om de haren uit het gezicht te houden, maar along the way verworden tot identiteitssymbool.

Deze anti-establishmentsoutfit moest onze afkeer van de maatschappij kenbaar maken.
Wat wij niet in de gaten hadden, was het feit dat onze tegengascultus resulteerde in weer een nieuw uniform.
En de Academie telde ca 2000 leerlingen!!
Dus 2000 anti-establishment uniformen!
Tevens bleek uit een onderzoek (enquête) dat 95% van de leerlingen minimaal blowden.
Dat betekende dus dat slechts 5% totaal geen drugs tot zich namen.
Bij die groep behoorde ik.
Hetgeen mij jarenlang kwalijk werd genomen.
Ik hoorde er niet meer bij.
Omdat ik niet geloofde in drugs.
En dat nog steeds niet doe.
Nu heb ik me daar nooit een bal van aangetrokken en trok mijn eigen pad.
In wezen had ik dus de status van ‘lone wolf’.

Maar ook de diverse docenten mamakten zich veelvuldig schuldig aan het verdovingsritueel.
In de schoolkeuken stond een koelkast. Normaliter heeft die de bewaarfunctie van frisdranken en zuivel, om maar iets te noemen.
Onderzoek wees uit dat deze koelkast vol stond met spiritualitieiten, zoals Bokma, Hengeveld, Berenburg, etc.
Tijdens de lunch- en koffiepauzes werden er geen boterhammetjes genuttigd door de docenten, maar de alcohol werd met formidabele teugen eer bewezen.

Ik herinner me Jan Elburg, de bekende dichter, die daar ruimtelijke vorming doceerde.
Op een dag vertelde hij me dat hij één keer in de maand een fles whisky kocht, welker inhoud hij dezelfde avond nog door zijn slokdarm liet lopen.
Ja, zo zei hij, dan verzuip ik al mijn frustraties op één avond en kan er weer een maand tegenaan.

En nu zie ik de hedendaagse twintigers hun burgerlijke kostuums inruilen voor een ander uniform, als signaal van hun ‘wereldbetrokken’ status.
L’Histoire se répète, zou je kunnen stellen.
Hoewel er nog steeds wordt geblowed, is de standaarddrug nu veel meer XTC.
Naast cocaïne en meer vernietigende rotzooi.
Als het in de bedoeling ligt van de hedendaagse twintigers om ons, dienaren van het establishment, duidelijk te maken dat ‘het allemaal anders en beter moet’, dan stap ik uit deze trein richting Nowhere.
Los van het feit dat het bekritiseren van de huidige maatschappelijke status hun doelstelling heeft, vervallen deze ‘pioniers van de nieuwe tijd’ in dezelfde valkuil als wij indertijd gedurende de jaren zeventig.
De wereld veranderen is niet de weg.
Mijn visie veranderen daarentegen wel.

‘De wereld is niet veranderd.
De wereld is hetzelfde.
Maar ìk ben veranderd.
Ik kijk anders naar de wereld als voorheen.
Ik kan de wereld niet veranderen.
Ik kan er alleen anders naar kijken.
En daar mijn volgende actie uit destilleren.’

Deze idealistische twintigers hebben hun plek gevonden binnen partijen als D’66 en GroenLinks.
Dit zijn de hedendaagse wereldverbeteraars.
Die vanuit hun blind idealisme niet in de gaten schijnen te hebben dat je de wereld niet kunt veranderen.
Maar bij verstokte linkse ‘baanbrekers’ ontbreekt het geheel aan introspectie.
Hun zelfbeeld is zo verankerd in hun eigen gelijk, dat ze niet door hebben dat niet de wereld, maar de mens dient te veranderen.
Dus weer een illusie rijker, zou ik willen stellen, door deze nieuwe lichting van wereldverbeteraars.

Door: Rob Meyer, 5 januari 2019.

Een gedachte over “Het anti-establishment uniform.

Reacties zijn gesloten.