Waarin de PVV volgens mij een ernstige vergissing begaat …

Door: Theresa Geissler.

Het hoge woord maar eens onomwonden er uit, lezer – ik wil dat al een hele tijd en nu is het zo ver:

Eerste vraag: Stem ik PVV? Antwoord: Ja.
Tweede vraag: Uit overtuiging? Antwoord: Zéker uit overtuiging.
Conclusie: Dus daar ben ik geheel content mee? Reactie: Niet helemaal.
En dat vraagt dan op zijn beurt weer om een uitleg, die ik u bij deze graag wil geven:

De PVV is geen ledenpartij. Leg dit feit voor aan PVV-kopstukken-van-het-eerste-uur zoals Martin Bosma, en ze hebben direct een scala aan argumenten bij de hand waarom dit juist prima en zelfs hoogst noodzakelijk zou zijn. Zelf moet ik bekennen, dat ik er in het prille begin – zo rond 2010-’14 – evenmin het bezwaar van inzag, maar gaandeweg is dat wel veranderd: Een mens evolueert nu eenmaal met het verstrijken van de jaren en dat in belangrijke mate door zijn eigen waarnemingen.

Politiek historicus Koen Vossen, verbonden aan het Montesquieu Instituut, schreef eind 2012 al deze column over het onderwerp https://www.montesquieu-instituut.nl/id/vj5eflkxm6yg/een_unieke_partij_de_organisatie_van_de, die ik pas zeer onlangs onder ogen mocht krijgen. De opzet van het artikel is zeker niet tendentieus, laat staan vooringenomen, maar eerder neutraal-wetenschappelijk van toon. Toch geeft het blijk van een vooruitziende blik, geaccentueerd door bepaalde ‘bange vermoedens’, die thans, zes jaar na de publicatie, helaas al aardig aan het uitkomen zijn… En waarvoor je dan ook niet per sé een deskundige hoeft te zijn om ze te voorzien:

Terecht stelt Vossen, dat de superstrakke structuur van de beweging -want een partij ís het in deze vorm gewoonweg niet – succesvol gebleken is om de boel op kórte termijn bij elkaar te houden, maar dat er overduidelijk niet naar de langere termijn gekeken is. De minder gelukkige ontwikkelingen, waarvoor hij in zijn artikel van december 2012 al vreesde, o.a. het afhaken van activisten en vrijwilligers, die zichzelf in al hun getrooste opofferingen genegeerd en buitengesloten voelen, ook al, omdat door de korte-termijn-visie de mogelijkheden voor een goede doorstroom ontbreken, zijn alláng waarheid geworden. Dit geldt trouwens ook voor diegenen, die het nog wèl een stap verder wisten te brengen – tot gemeenteraadslid of lid van de Provinciale Staten – maar vervolgens dan toch aanliepen tegen het gebrek aan belangstelling voor hun besognes bij de kleine, keiharde ‘binnenring’ van de PVV: De parlementariërs-van-het-eerste-uur, die uitsluitend op het gebeuren in ‘de Kamer’ zijn gericht.

Al is het nu ook weer niet gezegd, dat zulke frustraties nooit binnen andere partijen plaatsvinden, de PVV loopt hier, juist door haar eeuwigdurende korte-termijn-structuur, nu eenmaal een extra risico. Ex-Haags gemeenteraadslid Paul ter Linden (afgehaakt in 2013) https://www.coc.nl/politiek-2/paul-ter-linden-stapt-uit-haagse-pvv-fractie en ex-Provinciale-Statenlid Jan Zwerus (afgehaakt in 2017) https://www.rijnmond.nl/nieuws/161294/PVV-Statenlid-Jan-Zwerus-verlaat-partij-en-neemt-zetel-mee zijn hiervan sprekende voorbeelden.

Vossen vreest in zijn artikel van 2012 tevens voor de gevolgen, als de PVV pogingen zou gaan doen, om in alle – of tenminste meerdere – Nederlandse plaatsten deel te gaan nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen en wederom hebben we in 2018 moeten ervaren, hoe terecht die vrees was/is: Nadat ze haar ambities op dit vlak al moest halveren – van zestig plaatsen naar dertig – lukte het de beweging nog niet naar behoren, voor de overgebleven dertig gemeenten geschikte kandidaten te vinden … terwijl ze intussen 12 jaar bestond. Maar het chronische negeren en verwaarlozen van de aanhang aan de basis eiste hier duidelijk z’n tol. Geen sprake van onder-afdelingen, van plaatselijke partij-bureaus… Hoe hadden ‘bewegings’bestuur en plaatselijke kandidaten elkaar móeten vinden, ook al zal de wil principieel aanwezig geweest zijn? Provinciale Statenlid voor Goeree-Overflakkee, Jan Zwerus, ontplooide eigen initiatief, vond uit zichzelf 13 geschikte kandidaten… Ze werden door het ‘bewegings’-bestuur niet eens gescreend, maar zonder meer bij voorbaat afgewezen “omdat de werving van kandidaten uitsluitend door de Kamerfractie diende te geschieden”. Maar die bleek dus niet behoorlijk in staat, die taak te volbrengen. Wat betekende het op de valreep aantrekken van de roemruchte Haagse zwetser Henk Bres als ‘lijstduwer’? Een noodgreep, teken aan de wand, dat men door de bomen het bos niet meer zag? Hoe dan ook, voor Zwerus was genoemde afwijzing dé druppel en hij vertrok. Over het geheel genomen heeft het wel iets weg van “moedwillig een kwartje (Zwerus) verliezen en moeizaam een dubbeltje (Bres) vinden.”

Behalve een man als Vossen is zelfs een léék nog wel in staat, dit alles waar te nemen… zo niet Geert: Nog in een interview met de Limburger op 6 juli 2017 https://www.limburger.nl/cnt/dmf20170707_00043000/wilders-nederland-mag-een-voorbeeld-aan-limburg-nemen vond hij het nodig, op een gegeven moment te benadrukken, dat de PVV, wat hem betrof, nooit een ledenpartij zou worden! Zelfs schroomde hij niet om volmondig toe tegeven, dat hij zijn achterban daarvoor niet genoeg vertrouwde – waar dan overigens ook weer de “LPF-achtige toestanden na de dood van Fortuyn” bij werden gehaald, zoals dat al elf jaar gebruikelijk was geweest, maar zo langzamerhand kwam, voor wie dit alles nu weer las, toch wel de vraag bovendrijven: Hoe lang blijft zo’n excuus houdbaar? Was hier nu sprake van gewone voorzichtigheid, die hem ervan weerhield om met het verstrijken der jaren één en ander gaandeweg te democratiseren, of van iets heel anders: Onwil? En hoe moet een kiezer het opvatten, dat uitgerekend de politicus, die hij vertrouwt, hèm omgekeerd klaarblijkelijk níet vertrouwt, althans te weinig om hem naast zich binnen de beweging te dulden, waarop hij dan wel weer geacht wordt, te stemmen?
Ik heb moeten slikken, toen ik dit las, lezer; hárd moeten slikken! Ik moet het regelmatig nóg.

En toch, zoals ik in het begin al liet weten, zoals ik in eerdere artikelen reeds heb laten weten: Ik stem nog steeds PVV.
En waarom? Omdat het politieke gedachtegoed van de PVV op zichzelf dik in orde is. Omdat de PVV als enige weigert, misplaatste concessies te doen aan uitheemse culturen, aan dwingerige uitheemse bevolkingsgroepen, die al té lang gewend zijn, vroeg of laat van die halfzachte westerlingen hun zin te krijgen, als ze maar lang genoeg manipuleren! Omdat de PVV daar als enige niet intrapt, waar alle andere partijen en hun leiders – Baudet incluis met z’n opmerkelijke steun aan de motie van “DENK”- het er nog té gemakkelijk bij laten zitten. Omdat de PVV ècht als enige blijft zeggen: Nederland op de éérste plaats voor de Nederlanders. Ere, wie ere toekomt: Dat doet ze naar mijn mening gewoon góed.

Des te spijtiger vind ik het persoonlijk, dat ze op dat ándere vlak een koers volgt, die haar op den duur, naar ik vrees, zal beletten, om de top te bereiken: Wie in een partij gelóóft, werkelijk gelooft, wil er toch minstens, zeker in principe, bij kunnen horen.
Bij de PVV kun je dat niet, zoals Johan Derksen, terecht, al opmerkte. Uiterst spijtig voor een beweging, die anderzijds zó pal staat voor haar overtuiging.
Het is waar, dat ze van alle kanten wordt tegengewerkt. Maar door haar eigen achterban zo consequent te blijven buitensluiten, maakt ze het er op den duur niet beter op.

Een gemiste kans… tenzij ze daar nog eens eigener beweging achter komt en ook híer een andere koers gaat varen.
Zo moeilijk is dat ook weer niet: Gewoon iets meer op de langere termijn gaan denken…

Door: Theresa Geissler.