En plotseling ben je “rechts”

Door: Daniel von der Ruhr.

Misschien kent u dat ook wel. U zit of staat met de collega’s aan de koffie, het koffie-apparaat zoemt aangenaam, en op de één of andere manier, niemand weet precies, hoe het zo ver kwam, praat iedereen over de politiek. het laatste jaar gebeurde mij dat in de kring van onze firma, toen het juist vergaderpauze was en iedereen zich koffie of een peuk veroorloofde.

Wie mij ooit eens heeft gezien, zou mij waarschijnlijk nooit voor een zogeheten “rechtse” houden. Mijn haar is iets langer, de baard onverzorgd en ik geld (of gold!) in mijn vriendenkring als een onverbeterlijke idealist. Een sociaal-democratische kerel uit het Ruhrgebied https://younggerman.com/2018/12/25/mit-der-spd-am-weihnachtsabend-streiten/, die zijn halve jeugd doorbracht op festivals, graag ook eens het één of andere stickie rookte en ook in het kader van de diensttijd bij de Bundeswehr werd gekwalificeerd als een tamelijk linkse zak tabak.
“Links zijn” betekent voor mij, dat men zich verplicht aan het idee van een solidaire samenleving, in het egalitaire, dus gelijke kansen en gelijke behandeling, waarden zijn, waaraan men zich te houden heeft. Ik vat mijn “links zijn” op als verdediging van de Verlichting tegenover achtergebleven beïnvloeding van archaïsche interpretaties van religie, hoewel ik zelf katholiek ben. Mijn houding tegenover immigratie is sinds de jaren ’90 eigenlijk niet veranderd. Ik acht haar met mate en, als ze verloopt volgens goede regels, als positieve kracht. Tenslotte immigreerden ook mijn grootouders ooit als zogeheten ‘Ruhrpolen. Inmiddels reikt onze stamboom echter over heel Europa en zijn wij zo Duits geworden, dat eigenlijk geen mens op het idee zou komen, dat wij ooit Poolse vooroúders hadden.
Nederlandse, Duitse en Italiaanse bloedlijnen hebben zich verbonden met de onze. Onze harten klopten echter altijd al voor Duitsland. Werkelijk anti-Duits ben ik nooit geweest. Mijn patriottisme was nooit enorm uitgesproken, maar de verbondenheid met het vaderland en een genegenheid voor Duitsland zijn voor mij het normaalste op de hele wereld. En in al deze kleine nuances ligt waarschijnlijk het probleem van onze tijd besloten. Want U moet weten, dat ik thans, ondanks jeugdjaren als punk,voormalig lidmaatschap bij de SPD, als rechtse in diskrediet ben geraakt.

“Ik moet Merkel niet.”

Dat kwam geheel onverwachts. Want ik had me voordien nog nooit uitgesproken voor de AfD of de CDU. Mijn zienswijzen zijn met de jaren relatief consistent gebleven. Maar toen de discussie bij het koffie-apparaat losbarstte, zei ik bij gelegenheid iets ketterigs. Ik mompelde vanachter mijn koffiebeker: “ik moet Nerkel niet. Ze zou eens moeten aftreden.”

De wakkeren onder U, geachte lezers, zullen nu misschien lachen en zeggen: “De domoor! Nogal glad, dat dan de hel losbreekt!”

Nu was ik zelf gedurende het laatste jaar nog niet doorpekeld genoeg om de giftige reactie, die ik plotseling over me heen kreeg, goed te begrijpen. Want daar stónd ik nu,temidden van een half dozijn verbouwereerde gezichten, die me aanstaarden, of ik de SS-Reichsführer in eigen persoon was. Toen ik probeerde, mijn uitspraak over Angela Merkel met argumenten te verdedigen, bijvoorbeeld, dat ze geen solidaire politiek bedreef, de sociale staat schade zou berokkenen, maakte ik het alleen maar erger. “Ben je overgelopen naar “HEN”?” vroeg een vrouwelijke collega aan me, terwijl een andere collega mij er aan herinnerde, dat mijn argumentatie-repertoire redelijk “in de buurt van de AfD” kwam en of ik wel wist in welke “geestelijke nabijheid” ik mij hier begaf – namelijk in die van de “rechtse brandstichters”.

Ik was werkelijk oprecht geschockeerd door deze reactie van het collegium. Plotseling en zonder dat ik mijn eigen politieke coördinatie-systeem veranderd had, was ik door één of twee uitspraken tot “rechtse” verklaard. Er volgden zelfs mediationsgesprekken met de bedrijfsleidster van de firma, waar mij mijn uitspraken werden voorgehouden. Afgezien van boze blikken volgden er weliswaar geen consequenties, maar word ik sindsdien op de gang min of meer gemeden en rolt men bij veel uitspraken die ik zo bezig, met de ogen, alsof ze automatisch fout zouden zijn, alleen omdat ze van mij afkomstig zijn.

Tegenwoordig lijkt het wel, alsof men de politieke vijand-herkenning alleen al aan de hand van een paar criteria in praktijk zou kunnen brengen. Het hele politieke coördinatie-systeem van “Links en Rechts” is in verval en zonder enige betekenis. Er telt alleen nog of men vóór de huidige regering is, of tégen haar. Dat er bij democratie ook tegenovergestelde inzichten behoren, die tegen de koers van de regering zouden kunnen zijn, speelt klaarblijkelijk helemaal geen rol meer. Men wordt tot “rechts” verklaard, hoewel men zichzelf daartoe nooit zou hebben gerekend. Deze politieke standplaatsbestemming heb ik mij achteraf eigen moeten maken, omdat ik, onafhankelijk van mijn eigen inzichten, door mijn omgeving bij de ‘rechtsen’ ben ingedeeld. “Rechts” is men in de Bondsrepubliek momenteel blijkbaar,als men de zwart-rood-gouden vlag respecteert en smartelijk verlangt naar het aftreden van Merkel.

Door: Daniel von der Ruhr.
Vertalng: Theresa Geissler.
Bron: https://younggerman.com/2019/01/25/und-ploetzlich-bist-du-rechts-2/