Is de Centrale Raad voor de Moslims een zaak voor de BVD?

Door: David Berger.

Bij de Centrale Raad voor de Moslims resp. Aiman Mazyek is de blijdschap niet van de lucht. Reden: Het anti-AfD- rapport van de BVD stelt praktisch elke kritiek op de Islam onder de algemene verdenking van verzet tegen de constitutie.
Omgekeerde wereld – vindt Beatrix von Syorch en motiveert dit met 8 punten, die alles bij elkaar de vraag opwerpen: Is het niet de taak van de BVD om de Centrale Raad in de gaten te houden in plaats van de AfD?

“Het anti-AfD- rapport is niets minder dan een politiek-rechtelijke hetze. Elke kritiek op de Islam wordt onder verdenking gesteld van verzet tegen de constitutie. Meneer Haldenwang maakt daarmee het Bondsbureau voor bescherming van de constitutie tot het Bondsbureau voor bescherming van het fundamentalisme,” twitterde Beatrix von Storch gisteren, waarop Aiman Mazyeck in luid gejuich uitbrak over het anti-AfD-rapport https://twitter.com/aimanMazyek/status/1090304077588848641 (orthografie en grammatica zijn letterlijk overgenomen):

“Ha ha, Volgens islam-kritiseerders is intussen zo alles de schuld van de Islam werkeloosheid incluis – smalende smiley (vert.) – dat nu hij ook bij nieuw bewakingsobject AfD bij BVD verantwoordelijk zijn moet, is in feit nog eens ne vergroting.”

Waarop von Storch herinnerde aan een vragenlijst uit 2016, die van één kant nog steeds onbeantwoord is gebleven: “Het gaat om uw relatie tot de politieke Islam, de Sharia uw Islam-charta. Daarin komen zaken voor, die dringend opheldering behoeven”.

Naar aanleiding hiervan en om het werk van meneer Mazyek te verlichten, documenteren wij hier nog maar eens het schrijven:

Zeer geachte meneer Mazyek,

Uw beledigende uitlatingen over de AfD bemoeilijken een persoonlijke dialoog. Dit is echter bij lange na niet het moeilijkste obstakel. De grootste bedreiging voor Vrijheid, democratie en rechtsstaat gaat momenteel uit van de politieke Islam. Derhalve is iets anders beslissend: Uw onopgehelderde relatie tot politieke Islam en Sharia.

Nadat U zo vriendelijk was ond op de Dag van de Grondwet iets in die richting aan ons ter hand te stellen, had ik enkele vragen. Die hebben veel te maken met de grondwet en hebben betekking op de “Islamitische Charta”, welke de Centrale Raad voor de Moslims zich eigen heeft gemaakt.

1. Distantieert U zich zonder voorbehoud van de rechts-relevante delen van de Sharia?

Steunt U een initiatief ter uitbanning van de mensenverachtnde gedeeltes van de Sharia, teneinde organisaties en individuele personen, die deze eisen en stimuleren, te kunnen verbieden?

2. Artikel 3 van uw Islamitische Charta zegt, dat Sunna en Koran samen de basis vormen van het Islamitische geloof, van het islamitische recht en van de islamitische levenswijze.

Voor zover gedeeltes van het islamitisch recht en de islamitische levenswijze in strijd zijn met constitutie en wetten, respecteert U ons rechtssysteem zonder voorbehoud en on-ingeperkt als van hogere orde en ziet U af van het doorzetten van eigen religieuze rechtsvoorschriften?

3. in Artikel 8 van uw Charta staat geschreven, dat “waar dan ook, Moslims ertoe geroepen zijn, solidair te zijn met broeders en zusters in het geloof over de hele wereld.”Uw wereldwijde solidariteit beperkt U dus uitdrukkelijk tot uw islamitische broeders en zusters in het geloof.

Met Christenen, Joden en niet-gelovigen bent U dus niet solidair, ook niet, wanneer het voor u mogelijk zou zijn?

4. In artikel 10 van uw islamitische Charta staat, dat het “islamitisch recht Moslims in de Diaspora verplicht, zich in principe te houden aan de lokale rechtsordening. In deze zin gelden de toekenning van visa, verblijfsvergunning en inburgering als verdragen waaraan door de islamitische minderheid de hand moet worden gehouden.”

“Het islamitische recht”verplicht de Moslims, zich te houden aan onze wetten. Betekent dit, dat de wetten voor Moslims dus per definitie niet gelden, maar alleen en zolang en in zoverre het islamitische recht dit voor ze verordent?

Deze verplichting geldt uitdrukkelijk voor Moslims “in de Diaspora”. Betekent dat, slechts zolang de Moslims in de minderheid zijn geldt rechtsgetrouwheid en daarna voelen ze zich niet langer gebonden aan onze wettelijke verordening?

U voelt zich “in principe” gebonden aan de lokale rechtsverordening. Dat betekent, dat uw rechtsgetrouwheid niet onbeperkt geldt. Op welke uitzonderingen van onze rechtsordening maakt u aanspraak?

U noemt drie wetten (Visa-verstrekking, verblijfsvergunning, inburgering). Hoe zit het met de andere wetten?

Wat heeft het te betekenen, dat u onze wetten alleen als “verdragen” wenst te beschouwen? Een verdrag is geldig, wanneer beide kanten ermee instemmen en alleen tot één kant afhaakt. Wetten gelden per sé, zonder dat er toestemming voor moet worden gegeven en wetten kunnen ook niet worden opgezegd.

Wat heeft het te betekenen, dat de zogeheten verdragen van de islamitische minderheid nagekomen dienen teworden? Zou de islamitische meerderheid zich niet langer aan onze wetten houden? Is dat de aankondiging, dat een islamitische meerderheid vervolgens de “verdragen” opzegt, net als welk verdrag dan ook? Welke nieuwe wetten zijn de meerderheid van de moslims van plan, af te kondigen?

5. Artikel 11 van uw Charta trof me in het bijzonder. Volgens dat artikel bevestigen de Moslims van de Centrale Raad, “de door de grondwet gegarandeerde geweld ontlopende, rechtsstatelijke en democratische basisordening van de Bondsrepubliek Duitsland, incusief het meer-partijenstelsel, het actieve en passieve kiesrecht van de vrouw alsook de vrijheid van religie.

Hoe zit het dan met alle andere basisrechten, die in onze constitutie verankerd liggen? Vrouwen hebben bij ons b. v. rechten, die het door u uitdrukkelijk toegestane kiesrecht ver te boven gaan.

Staat U onbeperkt achter onze totale grondwet, of alleen achter de door u individueel uitgeselecteerde principes en individuele rechten?

6. In Artikel 11 van uw Charta staat: “tussen de in de Koran verankerde, door God gegarandeerde individuele rechten en het kernbestand van de westerse Verklaring van de Rechten van de Mens bestaat geen tegenspraak.”

U benadrukt, dat tegenstellingen niet bestaan in het “Kernbestand” van de westerse mensenrechten. Betekent dat, dat aan de andere kant van dit kernbestand toch tegnstellingen bestaan? Over welke mensenrechten heeft u het dan?

Verder staat er in Artikel 11: “Het islamitische recht gebiedt, het gelijke gelijk te behandelen en staat toe, het ongelijke ongelijk te behandelen.

Aangezien u onder Artikel 2 Koran en Soenna tot bron van het islamitische recht heeft verklaard, vraag ik u, of mannen en vrouwen of Moslims en andersgelovigen gelijk zijn en daarmee gelijke rechten hebben? Of vallen zij volgens het islamitische recht in de categorie “ongelijk”? En vooral: Wanneer en op welk gebied geldt in Duitsland het islamitische recht?

7. Artikel 14 van de Charta benadrukt, dat “de europese cultuur zeer wezenlijk is beïnvloed door de islamitische filosofie encivilisatie”. Verderop vervolgens, dat de “Moslims een beslissende bijdrage willen leveren ter overwinning van crises. Hiertoe behoort o. a. de bevestiging van het door de Koran erkende religieuze pluralisme.

Wat heeft de inperking op het “door de Koran” erkende religieuze pluralisme te betekenen? Wil dat zeggen, dat u geen onbeperkte gelijkberechtiging van alle religies erkent en u van de Sharia gebaseerde “Dhimmi”-status voor gedulde niet-Moslims met slechts ingeperkte rechten uitgaat?

Bent u bereid, van het doorzetten van een op de Sharia gebaseerde rechtenstatus voor niet-Moslims af te zien?

8. In nummer 19 zet de Centrale Raad zich in “voor de integratie van de islamitische bevolking in de samenleving, onder veiligstelling van haar islamitische identiteit”. Voorts heet het, dat hij “alle pogingen, die in de richting van taalbevordering en inburgering gaan, ondersteunt.”

Ziet u in, dat Moslims slechts Duits moeten kunnen spreken om Duitse staatsburgers te kunnen worden en daarmee afdoende “geïntegreerd” te zijn?

Uw respons zie ik gaarne tegemoet. Met vriendelijke groeten, Beatrix von Storch.

Door: David Berger.
Vertaling: Theresa Geissler.
Bron: https://philosophia-perennis.com/2019/01/30/ist-der-zentralrat-der-muslime-ein-fall-fuer-den-verfassungsschutz/