Veld-imams en veld-rabbijnen? Ja, alstublieft!

Door: Ignatius – https://younggerman.com/page/2/?s=ignatius

Sinds enkele jaren wordt in de politiek, meestal van linkerzijde, verlangd, dat soldaten in de Bundeswehr, die niet tot het christelijk geloof behoren, eigen zielzorg moeten krijgen door imams of rabbijnen. Van rechterzijde bestaat hier meestal de niet geheel van de hand te wijzen verdenking, dat partijen als de Groenen, SPD e. d. , doe dergelijke eisen stellen, daarmee de multiculturalisering van de strijdkrachten willen bewerkstellingen. In een bijdrage op de website van domradio.de wordt het onderwerp “Geloof en leger” opgepakt en met feiten onderbouwd. Tegenwoordig is er, ondanks een vereniging voor, het Jodendom aanhangende, Duitse soldaten, maar een zeer gering aantal Joodse soldaten. Het zijn er zo’n 200. Bij de Moslims gaat men tegenwoordig uit van ca. 1500, ongedacht of dit aantal in de komende jaren zeker zal toenemen.
Of aan deze demografische wijziging nog een positieve draai kan worden gegeven, zal nu van de Bundeswehr en het Ministerie van Defensie afhangen.

“Mogen er dan enkelen, mogen er dan duizenden vallen, Duitsland zal toch leven! Duitsland MOET leven! AMEN!” -Joodse zielzorg, Dr. Martin Salomonski 1918, “Voor Keizer, Rijk en Vaderland”

Op het ogenblik circuleert het idee, dat men voor de Moslims toch edelachtbare imams beschikbaar zou moeten stellen, die uit de burgermaatschappij in Ditsland, dus vanuit de islamitische gemeenschap, worden gerecruteerd. Die zouden dan vanwege het geringe aantal islamitische soldaten als religieuze “freelancers” geestelijke zorg bedrijven. Ik acht dit idee fundamenteel fout en gevaarlijk, aangezien hier geen kwaliteitscontrole kan worden toegepast, zoals ze eigenlijk nodig zou zijn. Ook door islamitische voorhoede-organisaties bestempelde imams zouden zo waarschijnlijk gemakkelijk onder de ogen van de Staat een betere toegang tot de soldaten kunnen hebbben. Dat deze toegang mogelijk so wie so al bestaat, is met het oog op het toenemende aantal islamitische bedreigingen in de maatschappij over het algemeen nauwelijks te ontkennen.

Beter zou het zijn, wanneer zowel de imams als de veld-rabbijnen in het Duitse Keizerrijk en in Oostenrijk-Hongarije deel gaan uitmaken van de strijdkrachten, een militaristische en religieuze opleiding onder toezicht van staatsstructuren krijgen. Voor islamitische uitwassen, ook binnen het eigen imam-contingent zou zo gemakkelijker een stokje gestoken kunnen worden. Plicht en gehoorzaamheid, trouw aan Duitsland, het Vaderland en het volk zouden dan dingen zijn, die vóór de religie gaan. Het zou fundamenteel fout en gevaarlijk zijn, als men de islamitische zielzorg aan de één of andere dubieuze islamitische gemeente overlaat. Met een eigen, Duitse zielzorg voor de Moslims binnen de strijdkrachten zouden beide partijen beter gediend zijn. (Aanvulling): Militaire imams met de juiste instelling ten opzichte van ons land zou den ook kunnen dienen als waakhonden, die een oogje kunnen houden op mogelijke geradicaliseerden binnen hun gemeente.

“Eer ik deze deining verlaat, nog een broederlijk woord tot U, mijn vrienden, die het roemrijke besluit hebben genomen, ten strijde te trekken voor God, Koning en Vaderland. Wederom is de oorlogsfakkel aangestoken. Ten Tweede male wordt Duitslands grens bedreigd, bedreigd, maar ook niet meer, dan bedreigd. De Duitsers staan scharengewijs op, en een ste, een wil, een gevoel bezielt het geheel. Ook de oude kracht van Pruisen, opnieuw bewezen, bevestigt zich wederom. Uit alle provincies, van alle kanten, kómen niet slechts, nee, dríngen mannen en jongeren zich naar de vlaggen, van de meest oprechte, meest geliefde koning. Pruisens’ jongelingen en mannen doorgloeit het gevoel voor Recht en voor Koning en Vaderland. […] Op jullie, mannen, en Heil jullie en Dank! Heil de koning, het Vaderland, Heil de dappere zonen!”- “Voor Keizer, Rijk en Vaderland”

Door: Ignatius.
Vertaling: Theresa Geissler.
Bron: https://younggerman.com/2019/01/31/feldimame-und-feldrabbiner-ja-bitte/