Khadija Arib, bron van ergernis en frustratie voor NIEUWE Nederlanders (met DENK voorop).

Door: Theresa Geissler.

Ik kan het wel eerlijk toegeven: Toen, nu drie jaar geleden, Khadija Arib werd gekozen tot nieuwe Kamervoorzitter, was ik daar allesbehalve enthousiast over.

Dat kón ook niemand zijn, die qua politieke voorkeur in de Realistische/Nationalistische hoek verwijlt, alleen om de dubbele-paspoorten-kwestie al niet.
Toen Wilders jaren eerder in de Kamer het inconsequente aankaartte van houders van twee paspoorten, die niettemin in Nederland zonder enig bezwaar niet alleen volledig stemrecht hebben, maar tevens zonder enige bedenking belangrijke posten toegeschoven krijgen, werd hij aanvankelijk – bij uitzondering – niet eens weggehoond: Men krabte zich achter het oor en gaf toe, dat hij deze keer een punt had … Zonder daar uiteindelijk iets mee te doen, want het overgrote deel van de gevestigde partijen vond het stilletjes veel te mooi om Nederland het imago te bezorgen van het énige land, waar dat allemaal gewoon kón; dat was belangrijker dan de reële risico’s van loyaliteitsconflicten en dubbele agenda’s. Aboutaleb en Marcouch hadden we intussen al als burgemeesters met een Marokkaans-islamitische achtergrond moeten slikken, dus vooruit, dit kon er in één moeite door bij. Dat tegen-kandidaat Martin Bosma reeds sinds jaren zijn sporen had verdiend als ondervoorzitter, bleek iets om argeloos weg te wuiven: Een PVV’er, tenslotte. Geschikt of niet, dat díe vlieger niet op kon gaan, stond van tevoren al on-uitgesproken vast.

Dat rammelde dus nogal, en drie jaar later terugblikkend vind ik dat persoonlijk nóg steeds – en vele realistische geestverwanten met mij, naar ik vermoed. Maar ja, dat het parlement wat dat betreft haar eigen kop pleegt te volgen, is nu eenmaal allang bekend. We hadden mevrouw Arib met haar dubbele paspoort en haar af en toe slecht verstaanbare Nederlands dus maar te slikken. Zijzelf heeft waarschijnlijk onmiddellijk aangevoeld, waar de schoen wrong, getuige het feit, dat ze in haar dankwoord onder meer benadrukte, dat ze Kamervoorzitter voor álle partijen wenste te zijn, “ook voor de PVV”. Zoals men zich kan voorstellen dat dit op het moment-zelf bij Geert Wilders c. s. de gedachte uitlokte: “Het zal wel, we kunnen alleen maar afwachten, hoe ze dat bedoelt”, zo valt het eveneens voor te stellen dat zijzelf op dat moment vreesde, aan de PVV de zwaarste kluif te krijgen.

Inmiddels weet iedereen, zowel in als buiten de politiek, dat die verwachting niet helemaal uitgekomen is: Niet aan de PVV kreeg ze de zwaarste kluif, maar aan DENK.

Dat de immigrantenpartij DENK zoveel, en vooral ook zo zíchtbaar moeite zou hebben met het Kamervoorzitterschap van Khadija Arib is, vermoed ik, niet iets, wat van tevoren algemeen werd verwacht, zeker niet door autochtoon Nederland. Vanuit onze westerse manier van redeneren zijn we in eerste instantie al gauw geneigd, te denken, dat deze benoeming ze althans gedeeltelijk tevreden had gestemd, alleen al vanwege het feit, dat de PVV door een ‘immigrante’ een vlieg was afgevangen. Maar al spoedig bleek, dat hier ándere overwegingen voor hen zwaarder telden, iets, wat Kuzu en zijn fractiegenoten al spoedig niet meer wisten te verbergen, al werd de eigenlijke oorzaak van hun grieven niet woordelijk door hen benoemd: De hoge, om niet te zeggen vijandige toon waarmee zij de Kamervoorzitter vanaf het prille begin om de kleinste aanleiding bejegenden, sprak wat dat betrof boekdelen. Het gegeven, dat Turken naar verluid wantrouwend staan tegenover Arabieren, Berbers en wat dies meer zij – dus ook tegenover Marokkanen in het algemeen – kon hier niet echt opgaan, aangezien de derde afgevaardigde van DENK, Azarkan, zelf Marokkaan is en ondanks dat volledig door zijn fractiegenoten geaccepteerd. Er moest dus in dit geval wel een andere reden bestaan voor de onverholen vijandigheid en, daaruit voortvloeiend, het zich openlijk afzetten en de verregaande onbeschoftheid van de drie mannen jegens Arib.

Dat zij vróuw is, is daarbij
een voor de hand liggende suggestie, die in dit geval ook zeker zal meespelen, maar hoogstwaarschijnlijk is er nog meer: Juist van déze vrouw verwachtte het roemruchte drietal, op grond van haar Noord-Afrikaanse afkomst en haar (officieel althans) islamitische geloofsovertuiging, een verregaande loyaliteit ten aanzien van “de zaak van de immigranten”, tot uiting komend in een soepele, en wie weet, zelfs een díenstbare opstelling naar hún partij toe. Groot moet hun verbijstering geweest zijn, dat Arib, dat moet haar beslist worden nagegeven, zulks geen moment van plan bleek te zijn: Zakelijk en efficiënt hanteerde zij van meet af aan op strikt neutrale wijze de voorzittershamer en maakte tussen niemand onderscheid – wat in de praktijk zelfs tot gevolg had, dat zij met name Kuzu inmiddels vaker heeft moeten terugfluiten dan welke parlementariër dan ook door zijn nu en dan ronduit on-acceptabele gedrag. Dat zowel hij als zijn collega’s deze houding alleen maar kunnen opvatten als “verraad aan hun zaak”, wat in hun ogen zo ongeveer gelijkstaat aan heiligschennis, laat zich gemakkelijk voorstellen:

Een vrouw boven je te moeten dulden, die duidelijk haar ‘natuurlijke plaats’ niet kent, is al onverdraaglijk genoeg voor dat soort lieden, maar dan ook nog een vrouw, die als Moslima normaal gesproken béter zou moeten weten …!

Dus wisten Kuzu, maar zeker in één geval ook Oztürk, nauwelijks, hoe snel ze er allerlei insinuaties bij moesten slepen in hun knullige pogingen om van deze ‘foute vrouw’, die zich daarenboven niet door hen liet ringeloren, verlost te raken. Het meest sprekende voorbeeld is wel dat geweest, waarbij Oztürk recentelijk zijn “ontdekking” aan de grote klok hing, dat Arib onder-voorzitter Bosma, die na de werkdag in de Tweede Kamer dezelfde kant op moest als zij, één of een paar keer een lift had gegeven in haar dienstauto. Voor elk ander (tenminste van westerse origine) gewoon een aanwijzing, dat beiden elkaar waren gaan waarderen als redelijke collega’s, zonder enige verdere bijbedoeling; voor Oztürk aanleiding om te insinueren, dat het een aanwijzing kon zijn voor van álles, van subsidie-misbruik tot het – in islamitische ogen – ‘allerergste’, zogezegd. Dat hij met dergelijke onzin geen spát verder kwam moge dan al duidelijk geweest zijn, voor hij er überhaupt mee begon, typerend is het niettemin, dát hij het zelf plausibel genoeg achtte, om het te proberen: Een typisch voorbeeld van een mentaliteit, gedreven door normen en waarden, die in het westen feitelijk allang niet meer thuishoren.

Typerend is het tevens, hoe gemakkelijk sommige Moslims inmiddels deze ‘denk’wijze van de voormannen van DENK hebben overgenomen. Het verschijnsel is onmiskenbaar: Onder elke video op Youtube, die over Arib gaat komt men sinds een tijdje, naast de vele lovende comments, de spaarzame, maar daarom niet minder aanwezige van ‘Nieuwe Nederlanders’ tegen, waarin “verraadster” nog het meest lieflijke is en waarin haar rechtstreeks wordt verweten, zich te hebben ‘ingelikt’ en ‘ingeneukt’ bij de ‘vijand’, voor eigen gewin. En waaraan tevens het oordeel “dat ze een slecht voorbeeld is voor onze dochters” niet ontbreekt. Hoe gunstig in het algemeen de beoordelingen over het functioneren van de Kamervoorzitter ook zijn, er blijkt toch nog steeds die éne groep te bestaan, die dat niet in het minst interesseert en die daarom van haar ook geen competentie op het openbare vlak verlangt, laat staan verwácht: In hun belevingswereld wordt van vrouwen iets heel anders verwacht en dát is het niet.

En nu wilt U misschien van mij weten, lezer, hoe ik inmiddels zelf tegenover deze Kamervoorzitter sta:

Welnu, om het maar meteen toe te geven: Ze doet het verre van slecht. Haar beleid is duidelijk, consequent en reëel. Bepaalde bange voorgevoelens, dat ze extra scherp naar de PVV of het FvD zou gaan optreden, zijn niet uitgekomen, omdat ze in staat blijkt, zich in eerste instantie te concentreren op hóe iemand iets zegt, in plaats van wát hij zegt, wat natuurlijk voor een Kamervoorzitter een goede eigenschap is. Hoewel zelf een immigrante manoeuvreert ze zichzelf in geen enkele slachtofferrol, zo blijkt intussen wel, waardoor ze automatisch geen voeling heeft met een partij als DENK, die ze integendeel ongezouten op zijn nummer weet te zetten, zodra ze dat nodig acht (dat ze dat regelmatig nodig acht, is bepaald niet háár schuld). En dat ze dat talent blijkt te hebben, tja, dat kan zelfs de meest verstokte realist/ nationalist niet anders, dan minstens míld jegens haar stemmen.

Hoewel officieel islamitisch kan men haar inmiddels herkennen als één van het pragmatische, gematigde soort. Misschien zelfs wel van het soort, dat zichzelf naar buiten toe als ‘vrijzinnig ‘ Moslim betitelt -wat in de praktijk niet zelden ‘niet-Moslim’ betekent, maar wat niet zo wordt benoemd vanwege de reële risico’s, die daar voor sommigen nu eenmaal aan vastzitten. Dat dit nog steeds voorkomt, is weliswaar betreurenswaardig genoeg, maar feitelijk voorál hinderlijk voor deze mensen zèlf; het is bepaald niet de categorie, waarvan de westerse samenleving de meeste last ondervindt, al blijft een zekere waakzaamheid op dit punt geboden. Zeker is, dat zij niet uit eigen beweging de sluier zullen aannemen, laat staan ijveren voor besnijdenis, of de vrouwen-emancipatie – die zijzelf juist vaak dankbaar aanvaarden – zullen frustreren: Om begrijpelijke redenen treft men onder mannelijke Moslims op dit gebied méér “wolven-in-schaapskleren” aan, dan onder de vrouwelijke.

Het zonder meer blijven negeren van de twee-paspoorten-kwestie, ja, dát blijft in mijn ogen een heikel punt. Daardoor tevens het punt, waarom Arib eigenlijk net zo min op déze post had horen te zitten, als Aboutaleb en Marcouch op hun burgemeestersposten. Het zou een vast, symbolisch criterium behoren te zijn, een duidelijk signaal aan de immigrantenwereld: Tot hier en niet verder. Met mensenrechten-schending heeft dat verder niets te maken, vooral niet, als men bedenkt, dat vrijwel overal elders ter wereld datzelfde criterium onverkort wordt gehanteerd… behalve nu nèt weer niet in Nederland. Eén van de grootste fouten van Rutte is nu eenmaal, dat hij met zoveel geestdrift het braafste jongetje van de klas speelt, ongeacht, of hij daarmee de belangen van de oorspronkelijke Nederlanders op het spel zet. Ook hierbij is dat weer min of meer het geval, al kan er aan worden toegevoegd, dat het in deze kwestie eerder de schuld is van het kabinetsbeleid, dan die van Arib.

Dus alles bijeen genomen: Já, nu ze tóch op deze post zit, ben ik persoonlijk inmiddels zo ver, dat ik welgemeend kan zeggen: Laat maar zitten. Er is geen reden, om haar tussentijds weg te wensen, want het had veel erger kunnen zijn.

Dat weg wensen laten we dan maar aan Kuzu over… Temeer, daar het een lúst is, om te aanschouwen, dat dat HEM, noch de rest van DENK ooit zal gaan lukken.

Door: Theresa Geissler.