EU-Parlement: Nog een kleine manipulatie tot besluit

Door: Junius*)

Over een kleine 100 dagen wordt het nieuwe EU-Parlement gekozen. De vergadering van vele volkeren met het karakter van een parlement aan de Rijn-oever van de Elzas in Straatsburg wordt volgens de enquêtes veelkleuriger, heterogener, dichter bij het volk. Dat is in principe geen slecht nieuws. Het in Duitsland ook dit jaar weer té vertekenende ledenverlies van de politieke partijen weerspiegelt zich in de op peilingen geprojecteerde verkiezingsresultaten.

Momenteel beschikken de beide grote partij-blokken van christendemocraten en sociaaldemocraten in het EU-Parlement nog over een meerderheid van 55,4 procent en kunnen ze veel alleen beslissen. Zo wordt echter de verscheidenheid aan politieke ideeën en maatschappelijke vormgevingen in de lidstaten niet weergegeven. “In verscheidenheid verenigd” is het motto van de EU. Maar als de symbolisch verlangde veelzijdigheid de hegemonie van de christendemocraten en van de sociaaldemocraten praktisch ineen dreigt te schrompelen, dan schijnt men te willen buigen, teneinde de macht te verstevigen. Het succes van een parlenentaire democratie wordt wezenlijk aangestuurd door twee-technische details: Het kiesrecht en de gestelde orde op zaken. Beide zijn vatbaar voor manipulatie. Dat zien wij op het ogenblik in Brussel, voorafgaande aan de EU- verkiezingen.

Frankrijk levert bij deze EU-verkiezingen het actuele voorbeeld voor de politieke vatbaarheid voor manipulatie van het verkiezingsrecht. In Frankrijk ontbreekt het de beweging “En Marche”, die pas werd opgericht voor de verkiezing van de Staatspresident Emmanuel Macron, aan de voor de mobilisering van de kiezers onontbeerlijke lokale en regionale worteling. Dus veranderde Staatspresident Macron (met zijn parlementaire meerderheid in de Nationale Vergadering) de modaliteiten voor de verkiezingen voor het EU-parlement dusdanig in zijn voordeel, dat de regionale lijsten werden afgeschaft en daarentegen nationale lijsten werden ingevoerd. Zo compenseert de relatief jonge en onrofessionele partij van “Zonnekoning Macron” weer het gebrek aan worteling van haar ( meer of minder in de polutiek ervaren) kandidaten. Natuurlijk geldt deze nieuwe situatie voor alle partijen, maar alleen “En Marche” van Macron profiteert werkelijk van de kortstondige verandering van het verkiezingsrecht. Bijna geen waarnemer in Brussel ontging deze onbeschaamde manipulatie. Brussel zwijgt echter, omdat het de Fransman Macron is. Wat zou er gebeurd zijn, als Viktor Orbán of Jaroslaw Kaczynski de modaliteiten van de EU-verkiezingen ten gunste van zichzelf veranderd zouden hebben?

Met het veranderen van de zakelijke ordening wordt politiek bedreven. Dat geldt ook in het Duitse Parlement. In september 2005 wilde de SPD-fractie in het parlement de mogelijkheid van een fractie-verbond door middel van een GO-verandering afschaffen. Dat was gericht op de fractie CDU-CSU.Als de beide C-partijen zich niet langer aaneen zouden kunnen sluiten, zo werd er geredeneerd, zou de SPD de sterkste fractie in het Parlement zijn en daarmee de kanselier kunnen leveren. De SPD beargumenteerde, dat verkiezingen worden gewonnen door partijen en dat gemeenschappelijke fracties uit meerdere partijen de verkiezingsuitslag vervalsten. Maar de redenering ging niet op.

Een soortgelijke vercomplicering van de oprichting van fracties zou nu ook in het EU-parlement moeten worden ingevoerd, geïnitieerd door de SPD met steun van CDU en CSU. Omdat voor beide partijblokken het verlies van talrijke mandaten dreigt, willen ze op z’n minst het parlementaire werk van de politieke concurrenten verzwaren. Hiervoor zo de vestiging van fracties na de EU-verkiezingen dusdanig moeten worden bemoeilijkt, dat de politieke mededingers min of meer arbeidsongeschikt zijn. Daarvoor maakten ze wat Duitsland betrof in het bijzonder de AfD en die kleine partijen, die vanwege de ontbrekende uitsluitings-clausule nog wel eens een paar zetels zouden kunnen winnen, tot doelwit.

De omwerking van de ordening in het EU-parlement wordt toevertrouwd aan een permanente berichtgever. Ironisch genoeg is dat nog steeds een Brit, sociaaldemocraat, reeds lang in functie, die weet, hoe binnen de ordening de radartjes lopen. Natuurlijk handelt hij niet in z’n eentje, want de voor GO-vraagstukken verantwoordelijke gespecialiseerde selectie van het EU-Parlement heeft een eigen werkgroep, waarin iedere fractie met één lid vertegenwoordigd is, om doeltreffende aanpassingen van de GO te bewerkstelligen, die na gemeenschappelijk overleg in plenum worden aangenomen.

Bij de meest recente wijziging van de ordening in deze verkiezingsperiode werd er van deze doeltreffendheid echter wel heel veel gevergd. De SPD-politicus Jo Leinen provoceerde met meerdere wijzigingen opzettelijk de erkenning van fracties. Dat was niet volgens afspraak en trof de zenuw van het parlementaire werk. De christendemocraten van Manfred Weber (CSU) lieten zich niet kisten en volgden. Tegenwoordig geldt voor de fractie-samenstelling als minimum vereiste zeven nationaliteiten en 25 afgevaardigden. Dat sluit in geen geval uit, dat bijvoorbeeld 19 fractieleden uit één lidstaat komen en zes andere “eenpersoons-landsgroepen” er uit zes verschillende lidstaten bijkomen. Jo Leinen noemt dat geringschattend “fake-fracties”, wat men op de Place de Luxembourg echter van hem door de vingers zag, omdat hij als Duitse SPD-politicus zelf tot een partij behoort, welke bij de EU-verkiezingen een enorm verlies aan mandaten wordt voorspeld.

Drie maal moest de Afstemming in Plenum worden verdaagd. Telkens opnieuw werden wijzigingsverzoeken van de sociaaldemocraten en de christendemocraten ingediend en onder druk van de andere fracties weer teruggetrokken. Niets bleef onbeproefd om de fractievorming in de toekomst te bemoeilijken en, als ze vervolgens ondanks de moeilijker voorwaarden mocht lukken, vervolgens aan een politieke beoordeling te onderwerpen, met de mogelijkheid om bijvoorbeeld de politieke coherentie onder de fractieleden in twijfel te trekken en daardoor de fractiestatus niet te erkennen. Dit had zich ook tegen de christendemocraten kunnen keren, die bij het afstemmen op grondrechtelijke kwesties continue tegen alle in hun partijprogramma voorziene punten m. b. t. levensrechts-bescherming en huwelijk en gezin hebben gestemd. De meerderheidsfracties zouden moeten mogen beslissen over het recht op genoegdoening van de oppositionele fracties. Nu ging dat allemaal grondig scheef, omdat een onverwachte coalitie de kleine en middelgrote fracties de noodzakelijke meerderheid voor een ordeningswijziging verhinderde.

Deze episode aan het einde van de verkiezingsperiode van het EU-parlement toont aan: Men behoeft Putin, Trump of Facebook niet van verkiezingsmanipulatie te beschuldigen. Dat proberen de Europeanen al geheel in hun eentje.

Eigenlijk zou het de taak van de media zijn, om dergelijke pogingen niet alleen bij Trump, Putin of de social media aan het licht te brengen.

Hartelijke groeten uit Brussel,

uw

Junius.

*) (iDAF_ brief vanuit Brussel, Februari 2019 – zie ook: https://conservo.wordpress.com/2019/02/20/mutter-erde-statt-muttersein/

Ter herinnering: Meermaals werd ons gevraagd, de identiteit van de briefschrijver uit Brussel prijs te geven. Het gaat om een gemeenschappelijk werk van informanten en redactie. Het herinnert aan de zogeheten Junius letters, waarin een pseudoniem met de naam Junius in het tijdschrift Public Advertiser in Londen van 21 januari 1769 tot aan 12 mei 1772 brieven publiceerde over de gebeurtenissen aan het Hof en in het parlement. Hierin werden de kuiperijen in de koninklijke familie, van ministers, rechters, en afgevaardigden satirisch en met kennis van zaken van de interne gebeurtenissen en intriges opgedist. De Junius-letters gelden als eerste document van het journalistieke verschoningsrecht.

Door: Junius.
Vertaling: Theresa Geissler.
Bron: https://conservo.wordpress.com/2019/03/01/eu-parlament-zum-schluss-noch-eine-kleine-manipulation/