Overdenking bij een herdenking…

Door: Theresa Geissler.

Gisteren, de zesde mei 2019, was ik nog even aanwezig in Rotterdam bij het afsluitende gedeelte van de herdenking van Pim Fortuyn.

Het weer was kil, de opkomst – alles bij elkaar zo’n 150 á 200 belangstellenden – matig en het totale gebeuren eveneens matig: Matig inspirerend. Eigenlijk precies als in 2018, en in flagrante tegenstelling met het jaar dáárvoor, 2017, toen het een druk bezochte, spectaculaire happening geweest was. Wat de aanwezigheid van enige onvervalste BN’ers, waaronder een populaire zanger van Rotterdamse origine, al niet kan uitmaken! Plus natuurlijk het feit, dat het toen precies de VIJFTIENDE herdenking geweest was; drie lustrums, oftewel een kroonjaar.
Alleen: Kroonjaar of geen kroonjaar, dat maakt niets uit wat betreft het feit, dat het slachtoffer er niet meer is. En zo mogelijk nog minder, dat de moord, die beschouwd kan worden als een ernstige aanslag op de democratie, metterdaad gepleegd is.

Daar willen, zeker in deze tijd, de meeste mensen nog wel eens aan voorbijgaan. En ALS ze dan nog genegen zijn, om een dergelijke herdenking in grote getale te bezoeken, dan op de eerste plaats om redenen, die met die eigenlijke feiten niets te maken hebben. Want die dringen nog altijd niet in voldoende mate door tot het grote publiek.

Er dringt alleen door, wat op het moment-zelf tastbaar is: Zo was het in de jaren vóór de aanslag van de zesde mei 2002 tastbaar, dat er eindelijk een man was opgestaan, die bepaalde zorgen over immigratie en oprukkende Islam, die leefden onder het Nederlandse volk, maar die absoluut niet mochten worden benoemd, eindelijk onverbloemd op tafel durfde gooien! Daar was concreet behoefte aan, dus dát drong door.
Het had in indirecte zin te maken met lúcht, en ademen doen we nu eenmaal allemaal, op méér dan één manier.

Ná de aanslag van de zesde mei 2002, toen de adem van deze man himself was opgehouden, zijn stem gesmoord, was dat gevoel van bevrijding kennelijk nogal gauw weer vergeten. Of misschien prevaleerde het gevoel, dat de geest inmiddels uit de fles wás en bevrijding in díe zin niet meer zozeer nodig.
Hoe dan ook, dat was een misvatting: Niets in dit opzicht is voltooid, het gevaar, vooral aangewakkerd door talloze blinden en verdwaasden, die zichzelf maar al te graag het etiket “progressief” en/of “ruimdenkend” opplakken, ligt in alle hoeken op de loer. Ziedaar de bittere noodzaak om herdenkingen als deze juist onverkort in ere te houden.

Kijken wij voor de verandering alleen al eens naar de dader in deze kwestie, de pleger van de aanslag:

Hij gaf te kennen, dat hij het zijn plicht had geacht, deze politicus – ‘volksmenner’ volgens hem – te moeten doden, omdat hij hem “een gevaar achtte voor de zwakkeren in de samenleving.”
Zelfs als hij dat voor zichzelf oprecht geloofde: Welk een onvoorstelbaar staaltje van arrogantie, van eigenrichting, van bevoogding-van-de-massa, van tirannie, kortom: van hoogmoedswaanzin! Het kan dan ook zonder meer worden geïdentificeerd als de belichaming van het despotisme van Links!

Zijn rechters, in wezen eveneens links, en evenzeer geneigd tot bevoogding van wat zij als ‘het volk’ plegen te beschouwen, lachten in hun vuistje en veroordeelden hem daarom tot die belachelijk lage straf. Dat maakt dit hele gebeuren in meervoudig opzicht tot een doodsteek voor de onpartijdigheid van de Nederlandse Rechtspraak, en daarmee voor de democratie.
Eenieder zou dit moeten beseffen, en alleen om díe reden IEDER JAAR op de Zesde Mei deze herdenking moeten bezoeken, en dat níet voornamelijk aangelokt door feestelijkheden en speeches door prominente Nederlanders – en zonder de weersomstandigheden mee te laten tellen.

Zolang dat niet, of niet langer, het geval blijkt te zijn, moet helaas wel worden geconstateerd, dat niet alleen het gevaar van de oprukkende islamisering, maar tevens het gevaar van Links, dat de samenleving wenst lam te leggen, en, zeer landverraderlijk, de rode lopers wenst uit te rollen voor wie onze samenleving maar bedreigt, nog steeds te ernstig wordt onderschat.

De vraag is, wat de samenleving definitief kan wakker schudden: Een – tot nu toe nog uitgebleven – serie ernstige aanslagen, een overrompelende islamitische invasie, of een legioen aan nieuwe Volkert van der Graafs…

Mogelijk alle drie tegelijk. Maar dan is het dus tevens ècht te laat.

Door: Theresa Geissler.