Onwetendheid en arrogantie, geloven in plaats van weten -de “kardinale deugden” van de Groenen

Door: Peter Helmes *)

Het probleem met de Groenen is in principe steeds hetzelfde:

– Ze spreken van vrede maar nemen deel aan oorlogen

– Ze spreken van tolerantie, maar plegen in hoge mate ideologische intolerantie

– Ze spreken van verstand, maar bedoelen “political incorrectness”

– Ze spreken van natuurwetenschap, maar bedoelen ideologie

– Ze spreken van vrijheid van meningsuiting, maar praktiseren muilkorving en bevoogding

– Ze spreken van klimaatbescherming, maar rijden ongegeneerd in “patserige” auto’s en jetten de wereld rond

Deze opsomming zou eindeloos kunnen worden voortgezet.

De onwetendheid van de Groenen gaat – bijna onopvallend – vergezeld van een ongelofelijke onbewustheid (uit onwetendheid)

Ze spuien hun hoogstmodern klinkende uitspraken, die echter weg-ebben als hete lucht, als men de problemen gaat uitdiepen. Tolerantie is ze vreemd, ook als ze graag met het woord schermen. Conservatieven echter – hun werkelijke tegenstanders – accepteren, dat er buiten die van henzelf ook andere legitieme standpunten bestaan. Linksgroenen – telkens en allemaal dogmatici – betwisten daarentegen de legitimiteit van standpunten buiten die van henzelf.

Conservatieven kunnen in wezen geen dogmatici zijn. Ze weten, dat de mens menselijk is – behept met tekortkomingen. Als ze als jonge mensen al tijdelijk de revolutionair hebben gespeeld, veranderen ze, volwassen geworden, in staatsburgers met verantwoordelijkheid. De verklaring hiervoor ligt voor de hand:

Wie zich als burger staande wil houden, heeft opvoeding, opleiding en een doelstelling nodig. Tot zijn levensplanning zal b. v. het stichten van een gezin horen. Hij neemt een beroep of bouwt een eigen firma op. Hij neemt verantwoordelijkheid voor zichzelf en de zijnen en staat er nooit op, dat de staat wel voor alles zal zorgen. Orde en prestatie horen voor hem vanzelfsprekend bij elkaar.Socialisme maakt bij hem geen kans.

Betere opleiding

Groenen praten vaak “wijs”, zij het met meestal navenant foutieve theoretische veronderstellingen. Terwijl bv. de AfD wordt gekenmerkt door een groot aantal academici en professoren binnen haar gelederen, vindt men bij de Groenen gesjeesden en beroepsmatig mislukten in een mate, zoals zij in geen enkele andere partij te vinden zijn:

Het grootste aantal gesjeesden hebben volgens “FAS” in het parlement de Groenen (8,8 procent), de FDP volgt met zeven gesjeesden (7,5 procent), de SPD met tien (6,8 procent), de Linksen met vier (5,3 procent) en de CDU/CSU-fractie met acht gesjeesden (3,6 procent).

De verklaring hiervoor: Het zijn grotendeels eloquent optredende Groenen-praatjesmakers, die hooguit schijngeleerdheid tentoonspreiden, maar reeds bij geringe wetenschappelijke uitdagingen nonsens brabbelen. Het zijn vooral twijfelaars, die voortdurend met opgestoken moralistische wijsvinger hun gebrek aan kennis willen compenseren door mening-en stemmingmakerij.

Smaakvol verpakte indoctrinatie

De Groenen treden tegenwoordig op als een vleesgeworden morele instantie. Dat hebben ze regelrecht verfijnd tot een bedrijfsmodel: Eerst problemen uitvinden en vervolgens zichzelf aanbieden als oplossing, dat is het bedrijfsmodel – simpel, maar doortastend, onder krachtige wind-in-de-rug door de Groen-rode media. Zo doortastend, dat de Groenen momenteel niet te klagen hebben over gebrek aan toeloop en in rap tempo toenemende ledenaantallen. De leuzen, die door de Habecks en Baerbrocks worden gespuid, zijn zo één-dimensional en suikerzoet, dat ze als een magneet meelopers aantrekken, die de hele onzin kritiekloos als heilsleer aannemen.

“De Groenen zijn in werkelijkheid tegen alles, wat de Duitsers lief is. Ze spreken over moraal en klimaat, maar in de grond willen ze anderen hun levensstijl opdringen. Nu moet ook nog het vliegen een luxe voor een paar rijken worden. Zo wordt het land verdeeld in diegenen, die zich desondanks alles kunnen veroorloven en de rest.” (Citaat uit “Tichy’s visie”)

Het milieu – de nieuwe God

De Groenen zijn geen partij in de eigenlijke zin van het woord, maar een pseudo-Eco-sekte, die op pad is in de politiek om haar geloof er door te drukken.

Voor de Groenen is “milieu” de nieuwe God, van wie zij – en alleen van hem – heil en zegen verwachten.

Hier veroont het fundamentalistische karakter van de Groenen zich in zijn zuiverste vorm: Voor deze groene Fundamentalisten is de natuur het hoogste, ze wordt tot bovennatuur. En met de aanbidding van deze bovennatuur wordt het door de Groenen messiaans gestimuleerde nieuwe milieubewustzijn gaandeweg tot een nieuwe religiositeit. Dit betekent ook: Voor de Groenen ligt de schuld van de klimaatverandering ondubbelzinnig bij de mensheid.

Dat is zogezegd het theologische aspect van de groene drijfveren. Zij verhult daarnaast nog een heel ander en even belangrijk doel:

Het gaat de Groenen in werkelijkheid niet om milieubescherming, maar om een diep-rode, neo-socialistische politiek, die onteigent, verbiedt, en afrekent, terwijl ze zich tevens bezighodt met de afbouw van de nationale staat!

Met de Groenen is er geen sprake meer van “Duitsland in Europa”, maar van: “Of Duitsland, of Europa”

Daar heb je haar weer, de Nooit-Meer-Duitsland-Partij!

Ze willen “meer Europa” in het sociale en een “sociale binnenmarkt”. “Welvarende en sterke landen, Duitsland op de allereerste plaats”, dienen bereid te zijn, “een grotere bijdrage aan de Europese Eenheid te leveren”, wordt er gesteld in Tagesspiegel.de, 27.3.2019.

Wie samenwerkt met deze links-radicale partij, brengt onze democratie, onze vrijheid en onze rechtsstaat in gevaar. De Groenen effenen de weg voor een totalitaire staat en een onvrije samenleving. Ze houden zich voor “goed” in absoluut ethische zin, dus voor politiek correct. En dat betekent bijgevolg:

Wie zich niet aan hun heerschappij onderwerpt,moet in hun logica politiek oncorrect, dus “slecht” zijn. En aangezien de maatschappij, a. u. b., “goed” dient te zijn, worden de afvalligen de duimschroeven aangedraaid.

De GroenLinksen zijn nagenoeg verplicht, ontlopers en dissidenten nadrukkelijk te onderwerpen, opdat ze “goed” worden. Dienovereenkomstig zijn de nieuwe Maas-Kahanische*) censuur- en controlewetten uitsluitend een middel om dissidenten op het “correcte” pad te brengen. Zij zijn slecht, maar de censors verrichten staatsmoreel gezien goed werk.

*) Benoemd naar de toenmalige minister van Justitie Heiko Maas en de voormalige Stasi-snuffelaarster Anetta Kahane; beiden zijn verantwoordelijk voor de nieuwe censuur-autoriteit, die alle politiek incorrecten van muilkorven wil voorzien.)

Ideologie verslaat natuurwetenschap, pltical correctness komt in de plaats van verstand. Dienovereenkomstig is er sprake van “zwate lijsten”voor “schuldigen”, waaronder klimaatverloochenaars, dieselrijders, vleeseters enz. Dat alles schakelt natuurwetten uit.

De indoctrinatie werkt generatie-overkoepelend – van de kleuterleeftijd tot op hoge leeftijd. Reeds kinderen, vooral scholieren, zowel als de ouderen wordt ingeprent, dat ze niets anders zijn dan onwetendende klimaatzondaars, als consumenten schuldig aan het uitsterven van allerlei diersoorten en planten en verantwoordelijk voor het afval van de hele wereld, dat niet wordt afgevoerd.

Nadat deze Groenen en kleine en grote burgers luidkeels een slecht geweten in de maag hebben gesplitst en de boetvaardige zondaars hebben opgevoed, krijgen dezen meteen nog even het recept ter afbouwing van hun schuld te horen:

Er is een politiek-morele paradigma-wijziging nodig, welke inhoudt:

Groen stemmen, groen leven, groen denken.

“Groen” alleen biedt redding uit de diepten van het menselijke vuilnis. Groen is de nieuwe religie, de natuur van de nieuwe God, Halleluja – een Perpetuum mobile ter verkrijging van de macht! En als bij de nieuwe geloofsverkondiging feiten bij bosjes onder tafel verdwijnen – wat dan nog? De waarlijk gelovige gelooft het. Daarom mag, ja, moet worden gevraagd:

Weten de burgers eigenlijk waarop ze stemmen met “Groen”?

Op deze vraag is een citaat van toepassing, dat ik gevonden heb bij de gerenommeerde blogger Dushan Wegner:

“Wie op zijn twintigste op de Groenen stemt, is gevaarlijk naief.
Wie op zijn veertigste op de Groenen stemt, ook.”

*) Voordruk van een uittreksel uit de inleiding tot mijn nieuwe boek over de Groenen (verschijnt eind mei 2019)
“Tien doodzonden van de Groenen”

Door: Peter Helmes.
Vertaling: Theresa Geissler.
Bron: https://conservo.wordpress.com/2019/05/10/ignoranz-und-arroganz-glauben-statt-wissen-die-kardinaltugenden-der-gruenen/