Rechten van het kind vs. rechten van de ouders – een geraffineerde poging tot uitholling

Door: Peter Helmes

De tjdgeest klopt aan bij elke huisdeur.

Nee, voor de tijdgeest zijn er geen natuurlijke grenzen meer, geen respectzônes. Voor de tijdgeest zijn wij voortbrengselen van de natuur, bij wie iedere individualiteit moet worden uitgeroeid.

Voor de aanstuurders van de tijdgeest – door Karl Marx en de Frankfurter Schule geïnfiltreerd en gemotiveerd – is ieder middel gerechtvaardigd om hun mensenverachtende ideologie door te zetten. De Mens als “Kroon op Gods Schepping” is onttroond, God wordt vervangen door de “Nieuwe Mens” en “Natuur” is de nieuwe Oppergod, die elkeen te huldigenen te dienen heeft. Mooie Groene wereld!

Een wel buitengewone soort getuigenis van armoede leggen ondertussen de gevestigde partijen – met helemaal voorop SPD en CDU (“C”?) – af, die op deze trein springen en niet merken, waar hij heen boemelt.

En zo neemt het noodlot zijn loop…

… Op 6 juni debatteerde het parlement over de opname van kinderrechten in de Grondwet (GG). Dat gaat terug op een coalitie-overeenkomst van de CDU-SPD-regering, die echter tevens wordt ondersteund door de Groenen en de Linkse Partij. Aldus is een voor de verandering van de Grondwet vereiste twee-derde meerderheid in het parlement door de bank genomen realistisch.

Werpt men een blik op de media, dan zou men denken, dat ze het er met elkaar over eens zijn: “Kinderrechten” horen in de Grondwet. Van bezwaren schijnt geen sprake te zijn. En waarom dan ook? Het begrip “Kinderrechten” klinkt te positief om hier überhaupt met kritische noten aan te komen zetten. In werkelijkheid is het onderwerp complexer dan het er uitziet. In 2013 en 2016 kwamen SPD, Groenen en Linksen met wetsontwerpen, teneinde de oude linkse droom van “kinderrechten” in de grondwet werkelijkheid te laten worden. Maar de wetenschapelijke stellingnames, die voor de hoorzittingen van de Rechtscommissies (2013) https://www.bundestag.de/dokumente/textarchiv/2013/45426229_kw26_pa_recht_kinderrechte-212880 en de gezinscommissies (2016) https://www.bundestag.de/dokumente/textarchiv/2016/kw04-pa-familie-402682 in opdracht werden gegeven, haalden een streep door de rekening:

De meerderheid van deskundigen in beide hoorzittingen, onder wie alle rechtswetenschappers, sprak zich uit tegen een verankering van “Kinderrechten” in de Grondwet.

Ondanks hun steekhoudende argumenten bonden CDU en CSU bij de coalitiebesprekingen van2017 in en kwamen overeen om uiterlijk eind 2019 een hernieuwd wetsontwerp voor te leggen.

Geen lacunes in de Grondwet

De juristen hebben ondubbelzinnig vastgesteld, dat “Kinderrechten” in de Grondwet niet nodig zijn. Kinderen zijn reeds dragers van alle basisrechten. De Grondwet vertoont hierbij geen lacunes. De wetgever beschouwt kinderen ook niet als object. Intgendeel, Reeds nu moet het aan welzijn van het kind in alle vormen van wetgeving voorrang worden verleend.

“Kinderrechten” hollen het Ouderrecht uit.

Ook als er steeds weer wordt beweerd, dat ouders met de “kinderrechten” een nieuw hulpmiddel in handen zouden krijgen om de belangen van hun kinderentegenover de staat door te voeren, zou de realiteit er tegengesteld uitzien. De balans tussen ouders, kinderen en staat in de Grondwet (Artikel 6) is weloverwogen en wijs geformuleerd.

De invoering van exclusieve “knderrechten” bergt het gevaar in zich, deze balans te verstoren, de mogelijkheden voor ingrepen van staatswege, voorschriften en uithuisplaatsingen te verruimen en het natuurlijke ouderrecht af te zwakken.

Dit gevaar zou buitengewoon groot zijn, als “kinderrechten” nog voor het ouderrecht zouden worden genoemd of als de staat tot primaire pleitbezorger van de belangen van het kind zou worden gemaakt.

Hiertoe schrijft de Bond Gezinswerk oiv – een strijdbare vereniging voor het gezin en een bond ter bevordering van dezelfstandige financiële en sociale veiligstelling van huiselijk ouder- en verzorgingswerk (Bron: Voorlichtingsdienst Bond Gezinswerk oiv):

Moeten ouderrechten worden afgeschaft?

Door Redactie Fh http://familienarbeit-heute.de/?author=2

Op 6 juni debatteerde het parlement over de opname van kinderrechten in de Grondwet (GG). Dat gaat terug op een coalitie-overeenkomst van de CDU-SPD-regering, maar wordt tevens ondersteund door de Groenen en de Linkse Partij. Aldus is een voor de verandering van de Grondwet vereiste twee-derde meerderheid in het parlement door de bank genomen realistisch.

Een concreet formuleringsvoorstel van de coalitie is er nog niet. De Groenen stellen de volgende uitbreiding van Art. 6 van de Grondwet voor:

“Ieder kind heeft het recht op stimulatie van zijn ontwikkeling. Bij alle aangelegenheden, die het kind betreffen, is het navenant leeftijd en rijpheid te laten meetellen; Met de wil en op de eerste plaats het welzijn van het kind dient doorslaggevend rekening te worden gehouden.”

De plaatsvervangende voorzitter van de Bond Gezinswerk bepaalt zijn standpunt ten opzichte van het plan:

“Op het eerste gezicht klinkt het voorstel van de Groenen goed. Ook van CDU en SPD zijn soortgelijke formuleringsvoorstellen te verwachten. Maar houden dergelijke voorsteleen ook op het tweede en het derde gezicht stand?

Op het tweede gezicht

Waarom in het bijzonder aandacht schenken aan de rechten van kinderen? Ook aan de rechten van gepensioneerden of van zieken wordt in de Grondwet geen buitengewone aandacht besteed. Kinderen zijn zonder twijfel volwaardige mensen. Ze worden daardoor door de in Art. 1 van onze Grondwet gegarandeerde mensenrechten evenzeer beschermd als gepensioneerden, zieken en ook alle andere mensen:

(1) De menselijke waarde is onaantastbaar. Haar te koesteren en te beschermen is de plicht van iedere staatsmacht.

(2) Het Duitse volk verplicht zich daarom tot onschendbare en onvervreemdbare mensenrechten als basis van iedere menselike gemeenschap, van de vrede en van de gerechtigheid in de wereld.

Deze regels behoeven geen nadere uitleg, kinderen kunnen hiermee niet worden bedoeld. Juist als ‘kinderrechten’ als zodanig worden opgevoerd, kan de indruk ontstaan, dat kinderen toch geen volwaardige leden van ‘iedere menselijke gemeenschap’ zijn.

Op het derde gezicht

Een uitzonderlijke plaats nemen kinderen in zoverre in, dat zij in de regel niet zelf hun rechten kunnen vertegenwoordigen, maar daarbij aangewezen zijn op volwassenen. deze omstandigheid komt voor rekening van Artikel 6, regel 2 van de Grondwet:

“(2) Zorg en opvoeding van de kinderen zijn het natuurlijke recht van de ouders en de op de eerste plaats aan hen opgelegde plicht. Over hun werkzaamheid waakt de staatsgemeenschap.”

Hier komt de verantwoordelijkheid van de ouders voor hun kinderen duidelijk tot uitdrukking. Slechts als het welzijn van het kind in gevaar is, mag en moet de “staatsgemeenschap” ingrijpen. Dat is een gedegen bescherming van kinderen tegen inbreuken van de staat. De ouders vormen aldus een grondwettelijk gegarandeerd beschermend schild voor hun kinderen. Alleen als dit beschermende schild faalt, b.v. bij verweesde, mishandelde of anders in gevaar gebrachte kinderen, mag de staat ingrijpen.

Worden echter “kinderrechten” in de Grondwet afzonderlijk aangevoerd, dan kan en zal de staat zich, náást de ouders, beschouwen als gelijkberechtigde beschermer van alle kinderen. Door zijn macht trekt hij tegenover de ouders altijd aan het langste eind. Daarnaast zouden de rechtmatige voorwaarden aanwezig zijn om de ouders hun rechten te ontnemen en wel in alle gevallen, waarin de staat het juist acht. Het in gevaar brengen van het welzijn van het kind zou dan geen voorwaarde meer zijn. Sommige acteurs hebben vermoedelijk dit doel. Anderen zijn te naief en te goedgelovig om het gevaar te erkennen.

Het is helemaal niet zo ver gezocht, dat binnen afzienbare tijd alle ouders gedwongen zouden kunnen worden, hun jonge kinderen naar de crèches te brengen met de motivering, dat hun kinderen hier “recht” op zouden hebben. Een mildere vorm zou zijn, deze dwang allereerst uit te oefenen op die ouders, die zich niet ‘politiek correct’ opstellen. Als eerst eenmaal het in Art. 6, regel 2 gegarandeerde ouderrecht is gerelativeerd, is het naar diens feitelijke afschaffing niet meer ver. De staats-autoriteiten zouden dan met het argument kunnen komen, dat de ouders het onttrekken van hun opvoedingsrecht toch zouden kunnen vermijden, indien ze zich aan de staatkundige richtlijnen houden.

Kortom: De buitengewone aandacht voor kinderrechten zou een situatie creëren, zoals ze bijvoorbeeld in de DDR bestond. Daar was het afnemen van het kind ook zonder gevaar voor het welzijn van het kind mogelijk. Maar ook in het westers gevormde Europa zijn er tegenwoordig al staten, in welke de uithuisplaatsing van kinderen, onder de dekmantel, hun rechten te beschermen, gemakkelijk mogelijk is, zoals bijvoorbeeld in Noorwegen.

Als argument om kinderrechten in de Grondwet te benadrukken, wordt vaak aangevoerd, dat de staat hierdoor beter tegen armoede onder kinderen kan opteden. Maar dat is onjuist. De wetgever is er immers zelf verantwoordelijk voor, dat de kosten voor de kinderen bij de ouders terechtkomen, hoewel de kindersubsidies door het pensioenrecht ten goede komen aan alle werknemers. Hier ligt de belangrijkste oorzaak voor de armoede van ouders en daarmee ook van hun kinderen.

De opvatting, dat de staat de rechten van de kinderen beter zou kunnen beschermen dan de ouders, is een populistische voorstelling, die verwoestende gevolgen kan hebben voor kinderen en ouders.”

Door: Peter Helmes.
Vertaling: Theresa Geissler.
Bron: https://conservo.wordpress.com/2019/06/14/kinderrechte-vs-elternrechte-ein-raffinierter-aushebelungsversuch/