Rijke armoedzaaiers…

Door: Rob Meyer.

De weergaloze conferencier Fons Jansen (1925-1991) wist het al zo onvoorstelbaar treffend te verwoorden:

‘Telkens als er ergens iemand rijk wordt, worden elders een paar mensen arm. Dus de rijke is in feite de armoedzaaier!’

In de ochtendkrant viel mijn oog op een artikel over ‘horlogedieven’.
Het schijnt dat criminelen iets meer bij de tijd willen zijn…lol.
Eén geval trok mijn bijzondere aandacht:

‘Dieven beroven bestuurder van Rolls Royce van zijn peperdure horloge, waarvan de waarde op enkele tonnen wordt geschat.’

Nu kan het mij werkelijk geen donder schelen dat die puissant rijke aardbewoner van zijn exorbitant klokwerkje wordt gescheiden, want a) hij zal dekkend verzekerd zijn, en b) de man loopt naar zijn juwelier en schaft zich weer een andere aan.
Een horloge waar tientallen gezinnen jaren van kunnen eten.
Of zoals de fantastische Schotse band DelAmitri pijnlijk aanstipt in hun grootste hit ‘Nothing ever happens’:

…While American business men snap up van Goghs, for the price of a hospital wing!’

Mensen willen meer, meer, meer, tot ze erin stikken.
Daarvoor zijn ze bereid om over lijken te gaan.
Wat dan ook daadwerkelijk gebeurt. Dat weet de burger inmiddels wel aardig goed.
Maar hoeveel geld wil je bezitten?
Wat voor verrijking leveren miljoenen op de bank, op je pols en onder je kont eigenlijk op?
Geld zuigt je weg van de werkelijkheid.
Geld creëert een bol van illusie, die de bezitter het gevoel lijkt te geven ‘dat hij een mooi leven leidt.’
Ja, over de ruggen van hardwerkende burgers.
En veelal gesteund door de politiek, dat zelf ook bepaald niet vies is van geldelijk gewin.
Maar in feite is dat een leeg leven.
Mensen met een gat in hun ziel, dat ze denken op te kunnen vullen met euro’s.

Hoe wordt je rijk?
Door niets uit te geven, althans alleen dan waar het jezelf betreft.
Vooral niet aan anderen.
Ik zie dat al bij optredens.
Soms sta ik voor een chique feest, waarvan de rekening buiten mijn bevattingsvermogen lijkt te liggen.
Deze mensen geven NOOIT een fooitje.
Niet dat ze daartoe verplicht zijn, maar gewoon, omdat het opvalt.
Daarentegen gebeurt het geregeld bij feestjes van de ‘gewone man’ dat ze me na afloop een biljetje in de knuisten drukken. Zo lief is dat!
Ook tekenend dus.

Ooit, lang geleden, begon ik mijn troubadourcarrière op straat.
Voor de super stond ik te spelen met de koffer open, zomer en winter.
Keihard, maar een leerschool die ik nooit zou willen missen.
De mensen die hun karretje terugzetten, gooiden dikwijls een gulden (kennen we die nog?) in mijn koffer.
De klanten met de chique kleding gaven NOOIT iets.
Tekenend dus, alweer.

Hebzucht is een onverzadigbare ziekte. Het houdt nooit op.
Heb je niets, dan ben je tevreden met iets.
Heb je veel, dan wil je nog meer.
Koste wat het kost.
De euforische beleving van erotiek is intens.
Maar weegt niet op tegen de alles verzwelgende extase die rijkdom oplevert.
Dat is verslavend.
Trekt mensen naar beneden.
En gaat altijd ten koste van anderen.
Zoals Fons Jansen dat zo pijnlijk treffend stelde.
Hebzucht is de motor van de samenleving.
Daar is nog veel werk te doen.

Rob Meyer,29 jni 2019.