“De vijand van mijn vijand is mijn vriend?” Niet altijd!

Door: Theresa Geissler.

Het lot van de Oeigoeren, de islamitische bevolkingsgroep in China met Turkse roots, heeft in deze dagen weer eens een stevige vlaag van aandacht in de westerse media gekregen.

Dat werd waarschijnlijk ook wel weer eens tijd. Waarschijnlijk was het al veel eerder nodig, maar elk noodlotsgebied heeft nu eenmaal geduldig te wachten, tot die aandacht hem ten deel valt. En de wijze waarop- of de mate waarin dat gebeurt, staat dan evenmin altijd vast. Dit keer geschiedde één en ander toevallig (?) nogal uitgebreid en nadrukkelijk – zij het daarom nog niet onterecht.

Ook mijn gewaardeerde blogpartner Rob Meyer werd er klaarblijkelijk door geïnspireerd, getuige zijn meest recente bijdrage: https://theresasvisie.com/2019/07/06/china/ . Weliswaar viel het woord ‘Oeigoeren’ in het artikel niet letterlijk, maar aan, met name, de derde regel er in had de goede verstaander reeds genoeg. Het vormde voor mij de aanleiding om aan dit ietwat complexe onderwerp het mijne bij te dragen.

‘Complex?’ zult U, lezer, zich nu waarschijnlijk afvragen. Inderdaad, complex. Maar daarom nog niet onontwarbaar, al loopt men hier, zeker als Islamcriticus, nog zo het risico om in bepaalde valkuilen te trappen:

Om te beginnen voorspel ik dat er, onder alle reacties op deze berichten in de pers, zich weer de nodige zullen bevinden, gespuid door fanatieke islamcritici (overigens op zichzelf niets mis mee), en van de volgende inhoud: “Prima aangepakt, petje af voor China!” En: “Van die Chinezen kunnen wij nog wat leren!” Dus helemaal geënt op de overbekende stelling ‘De vijand van mijn vijand is mijn vriend’.

Terecht? Naar mijn mening hier niet.

Ten eerste kan er, zeker op het politiek-maatschappelijke vlak, maar beter spaarzaam worden omgegaan met het begrip “vriend”. “Bondgenoot” dekt hier de lading al wat meer, vooral als men zich terdege realiseert, dat dit woord zuiver strategisch is bepaald, zonder emotiomele lading, en bij elke nieuwe wending al niet meer van toepassing kan zijn. Maar dan nog: Moet China thans door de westerse Islamcritici als een ‘bondgenoot’ worden beschouwd, omdat het hier kennelijk vóór heeft, een etnische minderheid binnen zijn eigen grenzen – die weliswaar islamitisch is – uit te roeien?

Om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten wij nog eens bij onszelf onze eigen drijfveren vaststellen, alsmede, hoe w i j één en ander uiteindelijk bij voorkeur zouden aanpakken:

Volgens het huidige westerse principe is vrijheid van religie gegarandeerd, zolang tegelijkertijd de scheiding van kerk en staat wordt geëerbiedigd. Als westerse Realisten desondanks de Islam bekritiseren, of er zelfs tegen gekant zijn, is dat primair omdat het de volgelingen van de Islám zijn, die er steeds opnieuw blijk van geven, deze scheiding niet te respecteren en er alles aan zouden willen doen om de westerse samenleving, onder meer door middel van massale immigratie, om te vormen tot een uiteindelijke kopie van de situatie in hun landen van herkomst. De Realist ziet zijn eigen cultuur- en identiteit bedreigd en kant zich daartegen fanatieker, naarmate de toon vanuit bepaalde islamitische hoek hem agressiever voorkomt. Het naast elkaar bestaan van meerdere culturen binnen de westerse samenleving is voor hem nog aanvaardbaar, mits het westerse normen- en waardenstelsel blijft domineren, dus niet voortdurend concessies hoeft te doen aan dat van de Islam – of van om het even welke uitheemse cultuur dan ook. (Maar het is, je kunt het eindeloos blijven herhalen, nu eenmaal vooral de Islam, die daarvoor de meeste aanleiding geeft.)

Onvoldoende gesteund door gevestigde politiek en overheid, en daarnaast dikwijls onterecht beticht van ‘rechts-extremisme’ als de Realisten zich doorlopend voelen, willen verschillenden onder hen er uit pure machteloosheid nog wel eens toe overgaan, het dreigende jargon van bepaalde extremistische Moslims – waarin dus sprake is van de gruwelijkste sancties – met vergelijkbare taal te beantwoorden. Niet bepaald verstandig, maar vrijwel altijd op te vatten als puur emotioneel: De Realist, die vrijwel altijd uitgaat van het hem vertrouwde westerse normen- en waardenstelsel, waarmee hij is vergroeid, is uiteindelijk heus niet uit op genocide, of tenminste internering/deportatie van de voltallige Moslimpopulatie, al heeft hij nog zoveel redenen om te twijfelen aan hun bedoelingen met de westerse wereld: Wat hij werkelijk van hen verlangt, kan eenvoudigweg worden teruggebracht tot de redelijke eis: Aanpassen óf remigreren.

Dus is het tevens puur emotioneel en allesbehalve ‘realistisch’ om zichzelf wijs te maken, dat men het eens zou zijn met wat China op dit ogenblik met de Oeigoeren doet. Wie dat in alle ernst beweert, weet doodgewoon niet, waarover hij het heeft: De Volksrepubliek China staat qua normen- en waardenstelsel welhaast lijnrecht tegenover het westen, wars van alle persoonlijke vrijheid en individualiteit als het in zekere zin altijd al geweest is, en sinds de communistische machtsovername in 1949 helemáál! Als de Chinese overheid, zoals op dit ogenblik, de etnische Oeigoerse minderheid te na komt, doet ze dat heus niet, omdat hun ideologie, de Islam, een gevaar zou betekenen voor de democratie en de mensenrechten, want beide kent China-zèlf niet eens, in elk geval niet in de betekenis, die wij in het westen er aan geven: De Islam is daar simpelweg verboden, omdat álle religie er verboden is, zeker als die anders dan strikt binnenskamers wordt beleden. Een etnische minderheid die, b.v. massaal en permanent het christendom openlijk zou belijden, zou daar waarschijnlijk op een soortgelijke behandeling kunnen rekenen als nu de Oeigoeren.

En wat voor een behandeling: Naar schatting anderhalf tot twee miljoen Oeigoeren zijn op het moment vastgezet in ‘her-opvoedingskampen’, hun kinderen in gesloten internaten. Het al dan niet uitgesproken Credo: ‘Chinees worden of kreperen’, door middel van hersenspoeling, ijzeren discipline en praktisch volledige scheiding van alle dierbaren! China noemt het “terrorisme-bestrijding”, maar gezien het feit, dat hier complete mensenmassa’s worden vastgezet zonder enige concrete, individuele verdenking, anders dan dat men Oeigoers is en de Islam aanhangt, kan reeds van ver af worden vastgesteld, dat het middel zijn doel compleet voorbijschiet. Hier is geen sprake van landsbeveiliging, maar van regelrechte genocide; op een cultuur, een identiteit, en wie weet, op iets langere termijn zelfs doelgericht op een heel volksdeel.

Welke westerling, juist een Realist, zegt tegen déze achtergrond nog in vol bewustzijn: “Petje af voor China, van die Chinezen kunnen wij nog wat leren?”

Geen enkele Realist, naar ik hoop: Een ware Realist verwerpt niet alleen de Islam, maar tevens het al even erge communisme, en daarmee het meer dan abominabele China!

Door: Theresa Geissler.